Na Calico komt White Goblin Games met Cascadia. Een nieuw spel waarin je jouw ecosysteem ontwikkelt en wederom punten krijgt voor het leggen van tegels en de fiches die je op die tegels plaatst.

Aan het begin van het spel krijgt iedereen een begintegel van drie velden om zijn ecosysteem te starten. In jouw beurt kies je telkens één van de vier openliggende combinaties van leefgebiedtegel en dierfiche. De tegel leg je aan in jouw ecosysteem en het dierfiche plaats je daarna op een passend leefgebied in jouw ecosysteem. Op de leefgebiedtegels staat aangegeven welke dieren er kunnen wonen. Het aanbod van tegels met fiches wordt vervolgens aangevuld en de volgende speler mag nu kiezen.
Je kunt natuurfiches verdienen als je op bepaalde gebieden een dierfiche legt. Deze natuurfiches kun je later inleveren om het aanbod van de dierfiches (deels) te verversen of een andere combinatie te maken uit de openliggende leefgebiedtegels en dierfiches. Elk natuurfiche dat je aan het einde van het spel overhoudt, is een extra punt waard.
Aan het einde van het spel krijg je punten voor jouw grootste aaneengesloten gebied van elk landschapstype (bergen, bossen, prairies, draslanden en rivieren). Je verdient tevens een bonus als jouw gebied van een bepaald type groter is dan die van de tegenstander(s). De dieren geven je punten volgens de combinaties die afgebeeld zijn op de kaarten die bij de start van het spel gekozen zijn (bijvoorbeeld lange rijen vissen of individuele paartjes beren). Van elke diersoort zijn er vier verschillende kaarten, dus er zijn vele combinaties mogelijk om het spel vers te houden. Tevens is er een enkele kaart in het spel aanwezig met een veel eenvoudigere scoresysteem voor als je bijvoorbeeld met jonge kinderen wilt spelen.
| Yvette: Een aantal dagen geleden heb ik met Matthias het nieuwe spel Cascadia gespeeld. Het Engelse spel vloog rap het schap uit, dus ik was al langere tijd benieuwd naar dit spel. Leuk om het eindelijk eens uit te proberen! Het is een zeer gemakkelijk spel, met toch nog wel de nodige tactische beslissingen die je moet maken. Gelukkig is er eigenlijk altijd wel een goede combinatie tegel/dier die je kunt pakken en anders kun je altijd nog een natuurfiche inzetten om je vooruit te helpen. Ik maakte soms nog wel eens de denkfout dat ik het dier gelijk op de nieuwe tegel wilde plaatsen, maar dit kan niet altijd! Dit is eigenlijk het enige 'lastige' waar je langer over na kan denken. Voor de rest speelt Cascadia super vlot weg. Van iedere diersoort zijn er verschillende kaarten, elk met een andere (maar vergelijkbare) opdracht. Zo kun je het spel denk ik vaker spelen en zal het niet snel vervelen. Ook zit er dus een kaart in waardoor het spel meer geschikt wordt voor jongere spelers. Ik vind het super dat Cascadia met zo'n simpele, kleine aanpassing daar over na heeft gedacht. Zeker een aanrader dus en ik zou het zeker nog eens willen spelen! |
| Martha: Ik had Cascadia al een keer met vier spelers gespeeld en nu ook met twee. Met vier heb je iets minder planmogelijkheden omdat er veel meer verandert in het aanbod van tegels en fiches tussen jouw beurten. Met z'n tweeën vond ik het leuk dat je een beetje vooruit kon kijken en hopen dat een bepaalde combinatie zou blijven liggen voor je volgende beurt. Het is een leuk puzzeltje om te proberen zowel grote gebieden te maken van hetzelfde landschapstype en ook te zorgen dat je de dieren zo plaatst dat ze zoveel mogelijk punten opleveren. Hoewel dit echt wel lastige keuzes kan opleveren, heb ik nooit het gevoel gehad dat ik niks leuks kon pakken. Tijdens het spel probeer ik uiteraard om zoveel mogelijk punten te halen, maar het is best makkelijk om afgeleid te raken en gewoon een mooi landschap met leuke diertjes te gaan bouwen... En eigenlijk maakt me dat bij dit spel helemaal niet uit, het gaat meer om het bouwen van m'n ecosysteem dan om m'n eindscore. Dit spel zou ik dan ook zeker vaker willen spelen, door de verschillende dierenkaarten is er een boel variatie, waardoor ik verwacht dat je er lang plezier aan kunt beleven. |
| Matthias Cascadia is een heel ontspannend spel. De regels zijn heel eenvoudig, er zijn weinig restricties op het aanleggen van tegels en er zijn vaak meerdere goede mogelijkheden beschikbaar. Normaal gesproken vind ik een spel dan al snel saai worden, maar bij Cascadia sluit het om de één of andere reden helemaal aan bij wat ik wil doen als ik deze doos en de spelonderdelen zie. Alles voelt soepel en perfect in balans. Dat wil niet zeggen dat het spel niet interessant is. De twee-laags puzzel die je uitvoert is leuk en vooral bij lagere spelersaantallen kun je ook een beetje vooruit plannen. Bij meerdere spelers is er juist weer wat meer competitie voor de grootste leefgebieden en voor bepaalde dieren, dus dat werkt voor mij ook prima. Cascadia is typisch zo'n spel dat ik vaak uit de kast zal pakken omdat ik het bij bijna elke gelegenheid en met bijna iedereen kan spelen zonder enige voorbereiding. Ik geloof echt dat dit spel net zo groot had kunnen worden als de klassieker Carcassonne indien het zo'n 20 jaar geleden uitgegeven was. Ik hoop dan ook dat het nu niet over het hoofd wordt gezien in de inmiddels aardig verzadigde spellenmarkt. |
~ Matthias, Martha & Yvette
Mandala had ik ooit al eens met Matthias uitgeprobeerd en recent stelde Yvette voor om dit spel eens te proberen. Aangezien ik me kon herinneren dat ik me prima vermaakt had, was ik zeker wel te porren voor een potje!
Tijdens het spel probeer je kaarten in jouw Kelk te verzamelen die je aan het eind van het spel punten opleveren. Dit doe je door bij te dragen aan de twee mandala's op het speelbord. Hoeveel punten een kleur waard is, hangt af van waar die kleur in jouw rivier ligt. Je krijgt pas kaarten in je Kelk als je die kleur al in je rivier hebt liggen. De eerste kaart die je van een kleur krijgt, gaat altijd op het eerste vrije veld in de rivier, de overige kaarten naar je Kelk. Hoe later je dus een kleur toevoegt aan de rivier, hoe meer punten elke kaart van die kleur in jouw Kelk waard is.
Aan het begin van het spel worden in het midden van elke mandala twee kaarten op de zogenaamde berg gelegd. In elke mandala mag elke kleur maar op één plek voorkomen, ofwel aan jouw kant, aan de kant van jouw tegenstander of op de berg. Dit wordt de kleurregel genoemd.
Je mag elke beurt één van drie opties kiezen. Je mag bijvoorbeeld een handkaart toevoegen aan de berg als die kleur al op de berg ligt of nog
niet in de mandala voorkomt. Je kunt ook één of meerdere handkaarten van dezelfde kleur aan jouw kant van de mandala toevoegen, daarbij rekening houdend met de kleurregel. Komen deze opties je niet goed uit, dan kun je handkaarten van dezelfde kleur afleggen en evenveel nieuwe kaarten van de trekstapel trekken.
Zodra alle kleuren in een mandala voorkomen, wordt deze afgebroken. De speler met de meeste kaarten aan zijn kant, mag als eerste een kleur van de berg kiezen en alle kaarten van die kleur toevoegen aan zijn rivier en/of Kelk. Daarna kiest de andere speler een kleur en zo verder tot de berg leeg is. De overige kaarten worden afgelegd. Er worden twee nieuwe kaarten aan de berg toegevoegd om de mandala opnieuw te beginnen.
Als een speler zijn zesde kaart in de rivier legt, eindigt het spel. De spelers krijgen nu punten voor de kaarten uit hun Kelk. Elke kaart van een kleur is zoveel punten waard als het getal dat bij deze kaart in de rivier van de speler staat. Degene met de meeste punten is de winnaar.
| Martha: Ook deze keer heb ik me prima vermaakt met Mandala. Hoewel de regels niet zo eenvoudig lijken als je ze leest (of moet opschrijven zoals hierboven ;)), valt het allemaal vrij snel op zijn plaats als je eenmaal aan het spelen bent. De kaarten die je alvast in je Kelk krijgt geven je een idee voor welke kleur(en) je graag veel punten zou willen hebben. Daarbij moet je echter niet vergeten dat hoe langer je wacht met het plaatsen van een kleur in je rivier, hoe minder tijd je hebt om die kleur in je Kelk te krijgen. Dit zorgt er samen met de kleurregel voor dat je best wat moet plannen en slim moet spelen om de juiste kaarten op het juiste moment te krijgen. Hoewel ik het een leuk spelletje vind, denk ik niet dat ik het nog vaak zal spelen, de regels zakken daarvoor te makkelijk weg. |
| Matthias Wegens tijdgebrek heb ik het spel deze keer niet nog een keer kunnen spelen en de laatste keer was al een lange tijd geleden. Ik weet er dus helaas niet alles meer van, maar ik kan wel aangeven dat dit een spel is dat niet 'klikt' voor mij. Begrijp me niet verkeerd: ik vond het toentertijd best leuk om te spelen en het spel zit goed in elkaar, maar het thema en de gebruikte terminologie geven me geen houvast om de regels aan op te hangen. Hierdoor zou ik dus elke keer de regels uitgebreid moeten lezen en duurt het dan nog een paar rondjes voordat alles weer op zijn plaats valt. Mijn conclusie is dus ook dat Mandala een goed spel is dat helaas voor mij niet werkt. |
| Yvette: Om even te ontspannen tussen alle werkzaamheden door, heb ik Mandala gekozen om te spelen. Deze kan vrij vlot gespeeld worden met z'n tweetjes en Martha en Matthias hebben het al eens eerder gespeeld. Dus ik was ook wel benieuwd! Het spel is eigenlijk vrij simpel, maar ik vond de regels soms wat onduidelijk in het regelboekje staan. Maar zoals gewoonlijk, moet je gewoon beginnen met spelen en dan wordt het vanzelf duidelijk. Ik vond het in het begin wat verwarrend dat, de kaarten die ik in mijn veld legde, dat ik die inzette om te bieden. Dus dat zijn geen kaarten die je later mag pakken als de mandala af is. Hierdoor heb ik redelijk wat waardevolle kaarten per ongeluk weggespeeld. Gelukkig had ik dat snel door en heb ik mijn score snel omhoog weten te krijgen. Wat ik uniek vond aan het spel is dat je zelf bepaalt hoeveel elke kleur waard is. Dit probeer je natuurlijk enigszins tactisch te regelen, maar dat is niet altijd zo gemakkelijk! Je begint het spel namelijk met twee kaarten in jouw Kelk en je wil proberen om die twee kleuren zo hoog mogelijk te plaatsen, zodat ze het meeste aantal punten waard zijn. Dit mechanisme vond ik heel leuk. Het maakt het spel net een klein tikkeltje lastiger en ik hou wel van een beetje uitdaging. Het spel is dus goed te doen, maar je moet goed blijven opletten! Zeker een aanrader en ik zou het absoluut nog eens willen spelen. |
~ Matthias, Martha & Yvette
Cloud City is een spel van dezelfde auteur als Berenpark, wat ik een erg leuk spel vind. Ik was dan ook erg nieuwsgierig of ik deze titel net zo leuk zou vinden...
Tijdens het spel bouwt elke speler aan zijn eigen wijk om de stad uit te breiden tot boven de wolken en de meeste stemmen van de gemeenteraad te krijgen.
Op jouw unieke starttegel plaats je aan het begin van het spel de afgebeelde gebouwen. Vervolgens leg je elke beurt één van je drie handtegels aan jouw stad en plaats daar ook de afgebeelde gebouwen op. Daarna mag je rechte wandelpaden aanleggen tussen twee gebouwen van dezelfde hoogte. Hoe langer het pad, hoe meer stemmen deze op het eind van het spel oplevert. Aan het einde van jouw beurt vul je je hand weer aan tot drie tegels door één van de open tegels of een tegel van de dichtte stapel te pakken.
Zodra iedereen een wijk van 3x3 gebouwd heeft, tel je alle stemmen op jouw aangelegde wandelpaden. Wie de meeste stemmen heeft verzameld, wint het spel. Er is ook een variant waarbij je middels het vervullen van één of meerdere doelen extra punten kunt verdienen of strafpunten kunt voorkomen.
| Martha: Het was leuk om dit spel eens te proberen, het ziet er leuk uit en speelt ook lekker vlot. Na één spelletje met z'n tweeën heb ik alleen nog niet ontdekt waarom ik zou willen wachten met het plaatsen van wandelpaden. Tijdens het spelen heb ik nooit gedacht dat een pad liever niet had willen plaatsen omdat ik dan iets anders had kunnen doen. Misschien dat de optionele regel om met twee of drie spelers een stad van 4x3 tegels te bouwen hier verandering in kan brengen? Ook de optionele doelkaarten kunnen misschien zorgen voor andere keuzes. Het tweede spel was met drie spelers en dat maakte het net iets spannender, maar ook iets trager. In de beurt van de anderen kun je niet zoveel doen als je al bedacht hebt welke tegel je je volgende beurt gaat plaatsen. Het was wel leuk om te zien hoe alle steden zich ontwikkelden en ik heb me ook weer prima vermaakt. Cloud City is leuk en ik zou het ook graag nog eens spelen. Het mist echter net iets om het aan mijn collectie toe te voegen. |
| Matthias Martha zei vooraf al dat dit we dit spel wel snel tussendoor konden spelen en ze had helemaal gelijk. De uitleg was zeer beknopt en ik verwachte er eigenlijk niet veel van toen ik hoorde dat je in het hele spel eigenlijk maar acht tegels plaatst. Gelukkig vond ik het spel een stuk interessanter dan ik na de uitleg verwacht had. Het is natuurlijk geen enorm diepgravend spel, maar het is wel een leuke puzzel om jouw wijk zo efficiënt mogelijk te bouwen. Wat dat betreft heeft het precies genoeg diepgang voor hoe kort het is. Ik zou het wel leuker gevonden hebben als er meer competitie tussen de spelers was voor de wandelpaden. Nu we het met z'n drieën speelden, hoefde je alleen bij de allerlaatste zetten te kijken of een pad van een bepaalde lengte nog wel beschikbaar was. Bij twee spelers verwacht ik niet dat je ooit hier elkaar in de weg zult zitten. Wellicht dat het toevoegen van de optionele doelen ook nog wat extra competitie kan veroorzaken. |
| Yvette: Toen Martha het spel aan ons uitlegde, deed het me al heel erg denken aan het spel Tokyo Highway. Bij Cloud City moet je ook gebouwen met elkaar verbinden door middel van bruggetjes. Hoe groter de afstand tussen de twee torens, hoe hoger het aantal punten. Het spel is vrij recht-toe-recht-aan; pak een nieuwe tegel en leg één van je drie handtegels aan je stad en bouw de gebouwen die op de tegel zijn afgebeeld. Het is heel makkelijk, maar hoe verder je in het spel komt, hoe sneller andere gebouwen in de weg kunnen gaan staan. Ik ben het spel begonnen met vrij lage gebouwen en enkele middelmaatjes. Achteraf heb ik me meer gefocust op de hoogste gebouwen, want die mag je overal overheen bouwen. Wat ik jammer vond, is dat er geen puntenverschil zit tussen de bruggen tussen hoge of lage gebouwen. Je zou denken dat je voor de laagste gebouwen meer punten kunt krijgen, omdat die lastiger zijn (ze kunnen later in het spel meer in de weg staan). maar het is dus zo dat de bruggen ongeacht de kleur, altijd dezelfde punten waard zijn. Ik vond het zeker wel een leuk spel, maar ik heb zelf thuis Tokyo Highway al in de kast staan. De spellen lijken genoeg op elkaar dat een tweede bouwspel wat overbodig is, maar als iemand zou vragen of ik mee zou doen, zeker weten! |
~ Matthias, Martha & Yvette
Het originele Kingdomino werd een onverwacht grote hit. Het is zeer eenvoudig te leren en supersnel te spelen, waardoor het heel geschikt is voor beginnende spelers. Ook voor de meer ervaren spelers bleek er voldoende diepgang te zijn om hun aandacht vast te houden, waardoor het spel een grote doelgroep aansprak. Daarna volgde Queendomino waarin diverse nieuwe mechanismen werden toegepast op het Kingdomino systeem. Hierdoor kreeg het spel meer diepgang, maar voor sommige mensen verloor het daarbij ook de charme van het origineel. Nu is daar Kingdomino Origins dat zich precies tussen deze twee versies probeert te nestelen, maar is het daar ook in geslaagd?
Kingdomino Origins kent drie verschillende versies met oplopende moeilijkheidsgraad. In de ontdekkingsmodus speelt het bijna helemaal hetzelfde als het origineel. Je kiest elke beurt een tegel en plaatst deze zo aan jouw eerder gelegde tegels zodat het in ieder geval aan één kant grenst aan een tegel met hetzelfde terreinsoort of jouw starttegel. Daarmee probeer je grotere gebieden van dezelfde terreinsoort te maken met zoveel mogelijk vuursymbolen in het gebied. Elk aaneengeslotengebied van één terreinsoort levert je namelijk punten op gelijk aan het aantal terreinvakjes in het gebied vermenigvuldigd met het aantal vuursymbolen.

Het grote verschil met Kingdomino is echter dat de vuursymbolen niet alleen op de tegels staan, maar dat je ook vuurspuwende vulkanen kunt aanleggen die vuursymbolen kunnen toevoegen op tegels die je al eerder geplaatst hebt. Dit levert aan de ene kant een flexibilteit op in het spel, maar aan de andere kant levert de vulkaan zelf geen punten op en beperkt het de legmogelijkheden van volgende tegels.
In de totemmodus zorgt het vuurspuwen van jouw vulkanen voor nog meer dilemma's, want in deze modus wordt op elke tegel grondstoffen geplaatst volgens de symbolen die op de tegel staan. Deze grondstoffen leveren je aan het einde van het spel extra punten op en zelfs bonuspunten als je de meerderheid van een grondstof hebt. Deze grondstoffen kunnen echter niet tegen vuur en verdwijnen als je een vuursymbool van een vulkaan in dit vakje legt.
De derde, en meest uitgebreide, modus is de stammodus. In deze modus worden de grondstoffen ook gebruikt, maar krijg je er niet direct punten meer voor. Je betaalt ze nu om holbewoners aan te trekken die je bonuspunten geven voor de grondstoffen of andere holbewoners die om hen heen liggen. Ook voor holbewoners geldt dat ze niet vuurvast zijn en ze verdwijnen dan ook als een vulkaan een vuursymbool in hun vakje spuwt.
Dankzij de verschillende modussen kun je dus de de moeilijkheidsgraad aanpassen aan jouw ervaring en medespelers. Tevens zijn ze goed om het spel stapsgewijs te leren en de uitdaging steeds groter te maken.
| Yvette: Kingdomino is voor mij helemaal nieuw, maar uiteraard ken ik de ouderwetse Domino steentjes wel. Het domino systeem zit goed verwerkt in dit spel! In Kingdomino Origins zitten drie verschillende variaties op het originele Kingdomino en we hebben alle drie de versies gedaan. Doordat de moeilijkheidsgraad telkens een beetje opbouwt is het spel elke keer net weer een beetje anders. Ik vond zelf de derde versie het leukst. In deze versie met de holbewoners heb je meerdere dingen waar je rekening mee moet houden, je moet bijvoorbeeld goed kijken welke grondstoffen je nodig hebt om een holbewoner te "recruteren" en met welke grondstoffen je de meeste punten kunt behalen. De eerste en tweede versie vond ik ook wel leuk, maar beide waren iets té simpel. Dit maakt dat ik de eerste en tweede versie minder "spannend" vond. De meeste uitdaging zat duidelijk in de derde versie. Al met al zijn alle drie de versies vlot te spelen en je kunt zelfs dus kiezen hoe moeilijk je het wil maken. Dit is super handig als je bijvoorbeeld met wat jongere spelers bent, of juist met een groep spelers die wel gewend is aan wat uitdaging. |
| Martha: De originele Kingdomino heb ik een aantal keren gespeeld en dat vond ik een ok spelletje. Leuk voor af en toe tussendoor, maar iets te simpel om echt spannend te zijn. Ik was dan ook wel nieuwsgierig naar de nieuwe versie, die belooft net iets extra's toe te voegen. We hebben alle drie de verschillende versies uitgeprobeerd en ik vond ze allemaal leuk. Zelfs de basisversie vond ik leuker dan de eerste Kingdomino, hoewel het vrijwel hetzelfde spel is. Doordat je door de toevoeging van de vulkanen iets flexibeler bent om bepaalde gebieden extra te laten scoren, is het minder voor de hand liggend wat iedereen wil hebben, wat de keuzes interessanter maakt. De totemmodus zorgt ervoor dat je nog iets meer moet nadenken, want nu verlies je de grondstof als je vuur toevoegt om zo meer punten voor het gebied te scoren, wat je dan weer punten kost voor de grondstoffen. In de stammodus gebruik je de grondstoffen om holbewoners aan te trekken, waardoor het probleem van het plaatsen van het vuur uit de vulkaan (en daardoor grondstoffen vernietigen) een stuk kleiner wordt. Nu heb je echter de grondstoffen nodig om de holbewoners te krijgen, maar veel van deze holbewoners geven je vervolgens punten voor grondstoffen. En ze willen niet staan waar een brand is, dus je moet ook oppassen dat je wel een goede plek hebt waar je ze kunt plaatsen. De keuzes in deze versie zijn dan ook weer iets complexer dan in de andere twee. Ik vond alle drie de opties leuk om te spelen. Elke modus is anders, maar houdt wel genoeg van de eerdere om niet als een compleet ander spel te voelen. Aan de andere kant vind ik de verschillen ook niet te klein. Ik kreeg niet het idee dat er maar wat toegevoegd is om te kunnen zeggen dat er meerdere modussen zijn. Hoewel ik Kingdomino Origins niet aan mijn eigen collectie zal toevoegen, zou ik dus met plezier nog een potje spelen in elke modus. |
| Matthias Ik was aangenaam verrast door hoe vloeiend en snel Kingdomino speelde en het werd al snel één van mijn favoriete spelletjes voor onervaren spelers of mensen met weinig geduld. Normaal heb je dan zelf een wat mindere ervaring, omdat er een spel gespeeld wordt dat eigenlijk wat te simpel is om jouw aandacht vast te houden. Kingdomino heeft echter een verrassende diepgang voor hoe simpel het is en het is onmogelijk om in 15 minuten verveeld te raken. Toen Queendomino uitkwam dacht ik eerst dat dit veel meer iets voor mij zou zijn, omdat het wat complexer is. Het voelde echter meer alsof er teveel andere systemen op het originele spel gestapeld waren en het daardoor teveel gedoe was voor hoe kort en simpel het spel verder is. Het werkte op zich wel, maar ik merkte dat ik toch vaker voor Kingdomino koos dan voor Queendomino. In Kingdomino Origins voelt alles daarentegen goed met elkaar geïntegreerd middels de vulkanen. In de ontdekkingsmodus zijn tegels met vulkanen vrij gewild, waardoor je meer moet opletten op de beurtvolgorde van de volgende ronde. In de totemmodus is een tegel met vulkanen ineens niet altijd meer gewenst, omdat het vuurspuwen je kostbare grondstoffen (en dus punten) kan kosten. In de stammodus moet je nog steeds oppassen voor het effect van de vulkanen, maar er komen ook steeds meer beschikbare vakjes vrij omdat je grondstoffen betaald voor de holbewoners. De simpelste versie van Kingdomino Origins vind ik al net iets leuker dan het origineel. Elke andere modus heeft ook zijn charmes en hiermee kan ik heel eenvoudig de moelijkheidsgraad aanpassen aan de speelgroep of waar ik zelf zin in heb. Dit zorgt ervoor dat Kingdomino Origins voor mij de perfecte middenweg is. |
~ Matthias, Martha & Yvette
Toen The Red Cathedral binnenkwam viel meteen op dat het vrij zwaar is voor het formaat. Na het bekijken van de foto's en het lezen van de beschrijving werd al snel duidelijk dat dit veel spel is in een klein doosje.
Centraal in dit spel is een marktbord waar de spelers grondstoffen kunnen verzamelen. Dit doe je door één van de dobbelstenen op dit bord evenveel stappen te verplaatsen als het aantal ogen op de dobbelsteen. Je krijgt dan de grondstoffen die afgebeeld zijn op het fiche waarnaast de dobbelsteen landt. Als er nog andere dobbelstenen op deze plek liggen, dan krijg je zelfs een veelvoud van deze grondstoffen. Daarnaast mag je de vaklieden activeren in het kwadrant waar jouw dobbelsteen landt. Deze vaklieden bieden verschillende acties aan die je verder vooruit helpen in het spel.
De verzamelde grondstoffen heb je nodig om secties van de kathedraal af te bouwen. Je moet zo'n sectie dan eerst claimen door één van jouw vlaggen erop te leggen. Dit claimen levert jou ook meteen een werktuigtegel op die je, tegen betaling, op één van de dobbelsteenvakjes van jouw speelbord kunt leggen. Vanaf dat moment krijg je hetgeen wat er op de werktuigtegel afgebeeld is als je die betreffende dobbelsteen verplaatst op de markt.
Om een geclaimde sectie af te kunnen bouwen, moet je alle benodigde grondstoffen naar de sectie transporteren. Zodra alle beschikbare grondstoffen op een sectie liggen, wordt deze afgebouwd en scoor je hiervoor punten en eventueel ook geld. Op afgebouwde secties kunnen vervolgens door iedereen ornamenten gebouwd worden, zoals deuren, ramen en torenspitsen. Als je deze inlegt met verschillende edelstenen, dan kun je daar veel punten mee verdienen.
Het spel eindigt zodra iemand zijn zesde sectie afbouwt en dan wordt de waarde van elke toren bepaald. Een toren is twee punten waard voor elke afgebouwde sectie en één punt voor elk ornament op de toren. Vervolgens wordt bepaald wie het meest heeft bijgedragen aan de bouw van elke toren. Afgebouwde secties en ornamenten tellen daarbij even zwaar. De speler die de grootste bijdrage heeft geleverd ontvangt de totale waarde van de toren in punten, de volgende speler de helft, etc. De speler met de meeste punten na evaluatie van alle torens, heeft de grootste indruk gemaakt op de tsaar en wint het spel.
| Yvette: Zoals hierboven in de introductie al is omschreven; het is inderdaad veel spel in een klein doosje. Houd jij van veel verschillende mechanismen in één spel? Dan is Red Cathedral zeker iets voor jou! Ik heb zelf het spel niet helemaal gespeeld, ik heb alleen enkele rondjes met Matthias gespeeld om een idee te krijgen van hoe het spel werkt. Dit omdat het spel me vooraf niet iets voor mij leek, maar juist tijdens die paar rondjes werd ik wel degelijk enthousiast. Ondanks dat het spel dus meerdere mechanismen gebruikt, (o.a. dobbelstenen verplaatsen, grondstoffen verzamelen, een beetje area control), zit het wel erg goed in elkaar. Maar soepel is het niet altijd... Ik liep zelf bijvoorbeeld al snel tegen het probleem aan dat ik geen geld meer had en ik vond het wat lastig om goed door te krijgen wanneer je nou wel of niet (en hoeveel) iets mocht pakken/verplaatsen. Omdat je in Red Cathedral zo veel opties hebt, moet je redelijk goed vooruit plannen met wat je nou eigenlijk wil, dat was best lastig omdat er tussen de beurten veel kan veranderen. Ik zou het spel best wel eens in z'n geheel willen spelen, kijken of mijn aangewakkerde enthousiasme terecht is! |
| Martha: Ik heb zowel de basis als de gevorderde versie één keer gedaan. In de gevorderde versie moet je eerst de ornamenten vrijspelen voordat je deze kunt bouwen, wat wel een leuk extra element is. Het spel was leuk om te doen, maar mist voor mij iets waardoor ik het nog veel vaker wil doen. Alles werkt goed, het ziet er goed uit, maar toch vind ik het niet heel spannend of interessant wat ik aan het doen ben. Doordat je pas weet wat je opties precies zijn als de ander geweest is, ging ik ook eigenlijk pas verzinnen wat ik wilde doen als de ander klaar was. Het is meerdere keren voorgekomen dat ik maar een stukje toren ging claimen, omdat ik geen dobbelsteen wilde bewegen (we waren de optie om opnieuw te gooien vergeten). Het spel voelde wat beperkt, omdat er vrij veel regeltjes zijn over wat je wanneer kan en mag doen. Aan één kant denk ik dat het 'gevecht' om de meerderheid bij een toren te verkrijgen interessanter wordt bij meer spelers, maar het spel zal dan ook langer duren. Daarom twijfel ik of ik het met meer dan twee zou willen proberen. Dat gezegd hebbende, als iedereen aan tafel het graag zou willen spelen, zou ik zeker wel meedoen. Ik zal dit spel echter niet snel zelf voorstellen. |
| Matthias The Red Cathedral is een spel dat veel bereikt met weinig. Dat is niet alleen op het gebied van de componenten en de kleine doos, maar ook door een paar slimme stroomlijningen toe te passen waardoor het niet voelt alsof er simpelweg allerlei bekende mechanismen op een hoop gegooid zijn. Ik noem dit spel dan ook wel eens Tiny Epic Euro naar de spellen uit de Tiny Epic reeks. Het verzamelen van grondstoffen op de markt is een relatief eenvoudige actie die meerdere gevolgen heeft. Door het verplaatsen van een enkele dobbelsteen krijg je niet alleen de grondstoffen van de plek waar je landt, maar kun je ook de actie van de vakman/vrouw in dit kwadrant gebruiken. Als je voor de betreffende dobbelsteen een werktuigtegel hebt, dan krijg je daarnaast nog de grondstof die daar op staat (of de grondstof bij de dobbelsteen die op de tegel staat). Een kleiner, maar zeker niet onbelangrijk effect, is dat je door het verplaatsen van de dobbelsteen ook de opties van de andere spelers beïnvloed omdat deze dobbelsteen en de andere dobbelstenen op dezelfde plek opnieuw moet rollen. Het is zeer bevredigend als je door de verplaatsing van één dobbelsteen de grondstoffen weet te verzamelen die je nodig hebt, een nuttige actie kunt uitvoeren en een gunstige optie voor één van jouw tegenstanders teniet kunt doen. Ik vind het ook leuk dat er een strijd gaande is voor de meerderheid bij de bouw van de kathedraal en een race om hogere secties eerder af te bouwen dan jouw concurrenten. Dit zorgt voor interactie die je helaas steeds minder vaak ziet bij andere 'Euro' spellen. Dit alles resulteert in een spel dat ik zeker vaak zal voorstellen en mee zal nemen naar andere mensen. Het spel is namelijk mooi compact en het is niet heel moeilijk om het uit te leggen. Daarnaast zijn er veel verschillende vaklui, is de verdeling van de grondstoffen elke keer anders, bouw je elke keer een net andere kathedraal en kun je kiezen tussen de eenvoudige en geavanceerde versie. Er is dus genoeg variatie om het spel vers te houden. |
~ Matthias, Martha & Yvette
Fantastic Factories is een spel dat je uitnodigt om robots, fabrieken, lopende banden en warenhuizen aan te leggen om een efficiënte productielijn te maken. Dit spreekt natuurlijk enorm tot de verbeelding, maar zijn de tandwielen in dit spel goed geölied en produceert het ook veel plezier?
Aan het begin van elke ronde kiezen de spelers een kaart uit het aanbod. Dit kan een gebouw zijn die je later kan bouwen of de eenmalige hulp zijn van ingehuurde specialist.
Daarna rolt iedereen zijn dobbelstenen (arbeiders) en zet deze in om kaarten, energie en metaal te verzamelen en om hun eerder gebouwde kaarten te activeren.
Lage dobbelstenen kun je inzetten om energie te genereren en hogere dobbelstenen om metaal te verkrijgen uit de mijn. Elke willekeurige dobbelsteen kun je inzetten om een extra kaart te krijgen. Je hebt al deze dingen ook nodig om nieuwe gebouwen te bouwen, want dan moet je de afgebeelde bouwkosten betalen. Dit is altijd een kaart met hetzelfde symbool als de te bouwen kaart en een combinatie van energie en metaal.
Een afgebouwd gebouw geeft een constant voordeel of kan geactiveerd worden met dobbelstenen en/of energie en metaal om een bepaald resultaat te krijgen. Zo kun je bijvoorbeeld energie omzetten in metaal en vice versa, extra dobbelstenen genereren en het belangrijkste: combinaties van energie/metaal/kaarten/dobbelstenen omzetten in goederen die punten waard zijn aan het einde van het spel.
Dit einde van het spel wordt ingeluid zodra iemand zijn 10e gebouw bouwt of 12e goed produceert. Dan wordt de huidige ronde uitgespeeld en volgt daarna nog één laatste ronde voor alle spelers. Dan telt iedereen de punten op zijn gebouwen en zijn goederen. De speler die het hoogste totaal bereikt, is de meest succesvolle fabrikant.
| Yvette: Wat een leuk spel is dit zeg! Het is super duidelijk en makkelijk te spelen. In eerste instantie sprak het thema me niet zo aan, "iets met fabrieken, mwoah". Maar zoals met veel spellen, gewoon doen en dan is het zeker wel leuk! Dit is een van de makkelijkere tableau-builder spellen die ik heb gedaan. Je hebt tijdens een ronde redelijk wat opties die je kunt doen, maar alles staat duidelijk aangegeven op je tableau en op de losse kaart waar de stappen per ronde op staan. Zo houd je makkelijk overzicht en dat helpt om betere keuzes maken. Ik vind dat zelf in ieder geval erg prettig. Wat je bij dit spel wel goed in je achterhoofd moet houden, is dat je niet te snel kaarten moet afleggen. Altijd eerst goed kijken welke symbolen je nodig hebt om andere kaarten te kunnen bouwen. Over de kaarten gesproken, deze zien er heel kleurrijk en origineel uit, het lijkt wel uit een computer spel en wat je met de kaarten kan, staat er altijd zeer duidelijk op vermeld. Mocht je toch nog twijfelen, alle kaarten staan in het regelboekje uitgelegd. Normaal gesproken ben ik niet zo van een gelukselement in een spel. In dit geval zijn dat de dobbelstenen, maar bij Fantastic Factories zorgt het juist voor een beetje extra spanning. Zo kun je niet altijd alles helemaal vooruit plannen, maar moet je maar net goed rollen! Dus ja, er zit een gelukselement in het spel, maar daar heb ik me totaal niet aan geïrriteerd. Zeker een aanrader! Het speelt lekker weg, omdat het spel zo duidelijk is opgesteld, maar ook omdat je niet op elkaar hoeft te wachten. Geschikt voor als je net een klein uurtje iets wil spelen. |
| Matthias Fantastic Factories sprak me direct aan vanwege de strakke en kleurrijke tekenstijl. Ik heb daarna echter lang de koop van het spel uitgesteld omdat ik al meerdere spellen heb waarin je een tableau van kaarten aanlegt om diverse grondstoffen te converteren naar overwinningspunten. Terraforming Mars is echter vrij complex en lang, niet iedereen geniet van het thema van Wingspan en bij Race for the Galaxy moet je nieuwe spelers eerst een soort buitenaardse taal leren voordat ze dit (zeer goede) spel kunnen spelen. Fantastic Factories duurt niet veel langer dan Race for the Galaxy, heeft een begrijpelijk thema, zeer duidelijke iconen en beperkt de grondstoffen tot energie en metaal. Met andere woorden: het is enorm toegankelijk. Maar, is het dan ook leuk en interessant genoeg om een plek in de collectie te verdienen tussen die andere zwaargewichten? Ik ben van mening van wel. Het inzetten van dobbelstenen als arbeiders maakt het bijvoorbeeld al voldoende anders dan de eerder genoemde spellen. Dit dobbelmechanisme heeft nog een aantal andere positieve effecten. Het zorgt ervoor dat je niet alles volledig kan plannen en er dus minder 'perfecte' actiecombinaties zijn die alleen ervaren spelers een paar beurten van te voren aan kunnen zien komen. Daarnaast houdt het de scope van jouw beurt beperkt en zorgt het ervoor dat je deze toch altijd eindigt met het gevoel dat je er het beste van gemaakt hebt (zelfs als je iets gemist hebt). Dit alles maakt dat ik voortaan altijd Fantastic Factories zal pakken als ik iemand het concept van een 'tableau-builder' wil leren of als ik geen 2+ uur de tijd heb om Terraforming Mars of Wingspan te spelen. Ik voorzie dan ook dat dit spel heel veel speeluren in mijn collectie krijgt. |
~ Matthias & Yvette
Een tijdje terug hebben we aandacht besteed aan Tapestry. In de tussentijd heeft dit spel maar liefst twee uitbreidingen gekregen: Plannen en Complotten en Kunst en Architectuur.

Plannen en Complotten voegt nieuwe beschavingstableaus, tapijtkaarten en ruimtetegels toe, die je kunt toevoegen aan de kaarten en tegels uit het basisspel. Je krijgt ook fiches die je op de sporen kun leggen zodat je een herinnering hebt welke bezienswaardigheden nog beschikbaar zijn.
Een nieuw onderdeel zijn de vijf bezienswaardigheidskaarten en bijbehorende bezienswaardigheden. Tijdens de voorbereiding krijgt elke speler één van deze kaarten en de mogelijkheid om tijdens het spel de bijbehorende bezienswaardigheid te bouwen, als hij voldoet aan de voorwaarden op de kaart.
Tenslotte zijn er nog beschavingsaanpassingen die zorgen voor een betere balans van het spel, ongeacht of je met de uitbreiding speelt.

Kunst en Architectuur geeft je nieuwe beschavingstableaus, tapijtkaarten, techkaarten en bezienswaardigheidskaarten, die je kunt toevoegen aan die uit het basisspel (en de eerste uitbreiding als je die ook hebt). Er zijn ook zes nieuwe hoofdstadstableaus die je ipv één van de oorspronkelijke tableaus kunt kiezen voor jouw hoofdstad.
Nieuw in deze uitbreiding is het vijfde ontwikkelingsspoor, het kunstspoor. Hiervoor krijg je een nieuwe wetenschapsdobbelsteen, waarop nu ook het kunstspoor gegooid kan worden, naast de vier sporen die er al waren. Je krijgt ook extra markeerstenen, meesterwerkkaarten en inspiratietegels, die je nodig hebt als je je ontwikkelt op het nieuwe spoor. Meesterwerkkaarten geven je extra inkomen en/of punten als je een inkomensronde doet. De inspiratietegels passen de beloningen aan die je tijdens je inkomensronde krijgt voor één van de vier inkomenssporen.
Ook deze uitbreiding geeft je beschavingsaanpassingen die je ongeacht welke uitbreidingen je al dan niet gebruikt kunt toepassen.
| Martha: Beide uitbreidingen werken erg goed. Ik vind het extra gebouw dat je tijdens het spel kunt bouwen echt iets toevoegen. Het maakt het net iets makkelijker om een gebied in je hoofdstad af te bouwen, maar het geeft je ook iets om voor te gaan in het begin van het spel. De nieuwe hoofdstadstableaus geven je leuke nieuwe uitdagingen, maar passen prima bij het spel. Het kunstspoor verandert het meeste, omdat je nu opeens je aandacht moet verdelen tussen vijf ipv vier sporen. Maar de opties die je dit geeft zijn niet moeilijker dan die van de andere sporen, wel anders. Het is leuk dat je je inkomenspoor kunt aanpassen, waardoor je nog meer kunt krijgen voor het spoor. De meesterwerkkaarten vond ik het lastigst, niet om wat ze doen, maar omdat ze aan het begin van je inkomensronde triggeren, wat we een paar keer vergeten waren. Maar omdat je er iets voor krijgt, is de timing wel belangrijk. Ik verwacht dat als we de uitbreiding vaker doen, we er wel aan wennen en dit geen probleem meer zal zijn. Ik verwacht Tapestry nooit meer zonder deze uitbreidingen te spelen, ze voegen leuke nieuwe dingetjes toe, maar maken het spel niet echt langer of moeilijker. Misschien dat ik met nieuwe spelers het kunstspoor weg zou laten, maar gelukkig zijn alle kaarten die daar iets mee doen gemarkeerd, zodat je ze makkelijk over kunt slaan als je ze tegenkomt en ze dus niet uit de stapels hoeft te zoeken. |
| Matthias Ik heb de uitbreidingen nog maar beperkt gespeeld, maar de eerste impressies zijn goed. Net zoals Martha, vond ik de bezienswaardigheden die je persoonlijk kunt bouwen een leuke toevoeging die je net wat meer richting geven aan het begin van het spel. Dit is de kleine hoeveelheid regels absoluut waard, want het maakt het voor beginnende spelers makkelijker om in het spel te komen. Ik heb dus alles van de Plannen en Complotten uitbreiding volledig toegevoegd aan het basisspel en nooit meer zonder gespeeld. De Kunst en Architectuur uitbreiding heb ik nog maar één keer gespeeld en dan alleen zonder het nieuwe kunstspoor omdat ik speelde met een beginner. Ik heb besloten om alles van deze uitbreiding standaard aan het basisspel toe te voegen, behalve het kunstspoor (en componenten die ernaar verwijzen). Deze haal ik wel zeker tevoorschijn als ik met spelers speel die Tapestry al eerder gedaan hebben, want het lijkt een leuke module te zijn. Ik ben blij dat de uitgever hier ook rekening mee heeft gehouden, want ze hebben alle kunstpoor-gerelateerde componenten netjes gemarkeerd zodat ze eenvoudig er uit te sorteren zijn. |
Onlangs hebben we De Avonturen van Robin Hood binnengekregen. Het prachtige speelmateriaal nodigde erg uit om het spel eens te proberen. Daarnaast hoeven er vooraf geen uitgebreide spelregels gelezen te worden, dus het lag al vrij snel bij ons op tafel.

Het spel start met het voorlezen van één blad waarin uitgelegd wordt hoe jouw karakter over het bord kan reizen door het plaatsen van zijn bewegingsfiguren en hoe je krachten kan sparen als je niet jouw langste bewegingsfiguur gebruikt. Daarna start je al met het introductiescenario in het boek waarin stapsgewijs duidelijk uitgelegd wordt wat er in het verhaal gebeurt, wat jij daar aan kan doen en hoe je dit ook meteen in de praktijk kan brengen.
Om niets van het verhaal en het scenario te verklappen, houden we de verdere beschrijving bewust kort. Wat we wel kunnen vertellen is dat tijdens het scenario de spelwereld verandert doordat je fiches uit het speelbord neemt en omgedraaid weer terugplaatst. Hierdoor ontstaan er voortdurend nieuwe karakters, gevaren en mogelijkheden.
Tevens is het belangrijk om te weten dat jouw karakter het beste in de schaduw kan blijven, maar dat de interessante en nuttige zaken vaak in het open zonlicht te vinden zijn. Het is dan ook onvermijdelijk dat je af en toe met een vijand in deze open gebieden moet vechten. Dit doe je door gekleurde blokjes uit een buidel te trekken totdat je het maximale aantal hebt getrokken en het gevecht verliest of totdat je een wit blokje trekt en zo het gevecht wint. Je kunt extra witte blokjes in de buidel krijgen door je krachten te sparen, hulp van karakters uit de spelwereld in te roepen of door nuttige dingen te vinden.
De beurtvolgorde tijdens het spel wordt bepaald door gekleurde houten schijven uit de buidel te trekken. Als je de schijf van een held trekt, dan mag deze zich verplaatsen, ontdekken, etc. Als je echter een rode schijf trekt, dan kunnen wachters karakters in hun gebied vangen, verliezen de burgers hoop en verliezen de spelers tijd. Dit kan allemaal als gevolg hebben dat de helden het scenario niet tijdig kunnen voltooien. De enige manier om te winnen is dan ook het behalen van het unieke doel van het scenario voordat de tijd verstreken is.
| Yvette: Het is voor mij de eerste keer dat ik een soort roleplay game avontuur in bordspel vorm speel. Ik ben meteen enthousiast, want wat een leuk, nieuw en origineel spel. Het unieke is dat je stukjes uit het speelbord kan halen en dat er dan iets gebeurt. Dit kan in je voordeel werken, maar ook in je nadeel. Dit zorgt ervoor dat je alles wilt ontdekken en dit pakt niet altijd goed uit! Wat ik ook heel leuk vind aan het spel is de vervanging van de dobbelstenen bij een roleplay game spel. Bij Robin Hood gebruik je hiervoor gekleurde blokjes en dat vond ik leuk gevonden. Ik heb alleen met scenario 2 meegespeeld, maar ik had niet het idee dat dat heel erg was. De voorkennis kon vrij eenvoudig overgedragen worden door de anderen. Dit betekent dus dat je het spel elke keer met andere spelers kunt spelen, maar het verhaal wordt dan niet echt samenhangend voor iedereen. Het helpt dan als je het verhaal van Robin Hood kent, maar het is niet noodzakelijk. Ik vind het in ieder geval een aanrader. Het is zó op tafel gelegd en heeft zeer weinig voorbereidingstijd nodig. Je kunt dus een nieuwe scenario makkelijk beginnen. Wel is het spel vooralsnog vrij simpel, wat misschien voor mensen met heel veel bordspelervaring wat saai kan zijn, maar wie weet hoe dit zich ontwikkelt? |
| Martha: We hebben het introductiescenario en het eerste scenario daarna gespeeld. Waar je in het begin nog een beetje aan de hand genomen werd zodat alles stapsgewijs uitgelegd kon worden, hadden we in het vervolg een stuk meer vrijheid om eigen keuzes te maken. Zoek naar X, en zie maar wie je daarbij kan helpen was de opdracht. We waren echt aan het rondkijken wat er overal te vinden was. Welke karakters konden ons misschien nuttige spullen of informatie geven? Hoe ontwijk je de karakters die het niet goed met je voor hebben? En natuurlijk: hoe bereiken we het doel? We hebben het scenario echt samen met succes afgerond. Het spel ziet er mooi uit, het werkt soepel en het verhaal is leuk om te lezen en te ontdekken. Ik zou met plezier verder spelen... |
| Matthias Het introductiescenario is vrij lineair, maar legt uitstekend uit hoe het spel werkt. Het spelsysteem is beknopt, maar best wel innovatief en geeft daardoor veel verhaaltechnische mogelijkheden. Ik wilde daarom na het introductiescenario graag verder spelen om te zien wat ze nog meer met het materiaal zouden doen en hoe het verhaal zich zou ontwikkelen. Het tweede scenario stelde wat dat betreft zeker niet teleur. Ik kan er niet teveel over vertellen zonder iets te verklappen, maar ik heb me uitstekend vermaakt met de vrijheid die het spel je geeft om dingen te ontdekken en hoe het verhaal zich ontwikkelt. Het spel doet mij het meest denken aan De Legenden van Andor, een spel gemaakt door dezelfde auteur/tekenaar. De Legenden van Andor heeft wel iets meer diepgang en uitdaging dan De Avonturen van Robin Hood, maar dan wel ten koste van een veel uitgebreidere regelset, meer restrictie op de acties van de karakters en een langere speelduur. Ik zou dus zeker de Avonturen van Robin Hood aanraden voor iedereen die een verhalend avonturenspel zoekt waarbij het hele gezin mee kan doen. |
~ Matthias, Martha & Yvette
We hebben allemaal wel eens een versie van Pandemic gespeeld en we waren dus nieuwsgierig hoe Pandemic Hot Zone: Europa zou spelen.
De conclusie is dat Pandemic Hot Zone: Europa heel veel op standaard Pandemic lijkt. Vanwege de kleine wijzigingen en de populariteit van het originele spel, zullen we het daarom alleen hebben over de verschillen tussen deze spellen.
Pandemic Hot Zone: Europa heeft een kleinere landkaart en minder ziektes om te bestrijden. Je kunt een medicijn alleen in Genève ontdekken en hebt maar vier stadkaarten nodig om dit te doen. Ziektes kun je niet meer uitroeien en er worden drie epidemiekaarten gebruikt in elk spel.

Het doel is nog steeds om medicijnen te ontdekken voor elke ziekte voordat het te laat is, maar in Hot Zone Europa zal je vaak al binnen een half uurtje uitkomen bij dit punt. Het spel is dus door de stroomlijning wat korter en overzichtelijker dan het origineel. Pandemic Hot Zone: Europa bevat echter een variant met mutatiekaarten die zorgt voor een uitdagender spel waarbij de ziektes zich meer uniek ontwikkelen.
| Yvette: Ik ben nooit echt een groot fan geweest van Pandemic, ik ben nou eenmaal niet zo van de coöperatieve spellen. Als er gewoon één winnaar uit een spel komt vind ik het een stuk leuker. Desondanks vind ik Pandemic echt wel een goed spel en ik kan het ook zeker wel waarderen, het zit goed in elkaar. Zo ook deze kleinere, snellere versie. Pandemic Hot Zone Europa heb ik één keer gespeeld samen met Martha, wij hebben de 'gewone' variant gespeeld. Je kunt het spel namelijk nog een tikkeltje moeilijker maken met de mutatiekaarten. Aan het eind hadden we nog twee kaartjes over voor het spel afgelopen zou zijn, dus we hebben het maar net gered. We werkten goed samen, waardoor de dreiging nooit echt groot was en ook niet als dusdanig voelde. Het was een vrij relaxt spel waarvan we al vrij snel doorhadden dat we het wel zouden winnen van de pandemie. Juist hierom vond ik het niet echt spannend. We hadden zo goed als geen "Oei, dat ging maar nét goed" momenten, wat een spel als Pandemic juist heel leuk en spannend kan maken. Ik weet niet zo goed of dit nou aan het spel ligt, of dat wij gewoon geluk hadden met de kaarten die we pakten. Achteraf gezien hadden we gewoon gelijk moeten beginnen met de mutatiekaarten er al bij. Dan was het spel een stuk lastiger en dus spannender geweest. Ik vond het een leuk spel en zou het graag nog eens met die mutatie variant willen spelen, maar daarna zou ik snel overstappen op een ander spel. Co-op is en blijft niet mijn ding. |
| Martha: Het is lang geleden dat ik 'gewoon' Pandemic heb gespeeld, omdat ik het niet zo'n heel spannend spel vind. Van de thematische Pandemics heb ik Reign of Cthulhu en Rising Tide geprobeerd, maar hoewel ik Cthulhu leuker vond dan het origineel, vond ik ook dat niet super interessant. Rising Tide was teveel gepriegel naar mijn smaak, waardoor dat niet goed werkte voor ons. Pandemic Legacy Seizoen 1 vind ik wel erg leuk, omdat dat het basisspel steeds verandert en ervoor zorgt dat er (bijna) elk spel weer iets nieuws is waar je op moet reageren. Helaas heeft de Coronapandemie ervoor gezorgd dat ons groepje al een paar jaar niet gespeeld heeft. Yvette en ik hebben de basisversie van Hot Zone Europa gespeeld (dus zonder de mutaties). Dit voelt echt als een iets simpelere versie van 'gewoon' Pandemic. Hoewel we uiteindelijk helemaal niet ruim gewonnen hebben, vond ik het spel niet echt spannend. We hadden alle ziektes redelijk goed onder controle, waardoor er maar één keer een uitbraak is geweest. Dit zorgt ervoor dat ik eigenlijk nooit het gevoel had dat het heel belangrijk was wat ik precies zou doen, omdat er altijd meerdere prima opties waren. Het is best om het een keer gespeeld te hebben, maar er is niks aan het spel waardoor ik het nog eens zou willen spelen. Dat gezegd hebbende, ik denk dat als je op zoek bent naar een iets simpelere, kleinere en kortere versie van Pandemic, bijvoorbeeld om mee op reis te nemen, je veel plezier aan deze versie kunt beleven. |
| Matthias Ik heb Pandemic Hot Zone Europa meegenomen op een vakantie en dat is volgens mij het grootste bestaansrecht van dit spel. Als je gewoon thuis bent, zou ik nooit deze versie kiezen in plaats van standaard Pandemic. Het spel is wel wat korter en gestroomlijnder, maar Pandemic is al een kort spel en niet moeilijk om te leren. Ik heb meteen met de mutaties gespeeld en deze zijn naar mijn mening absoluut noodzakelijk om deze versie van Pandemic een eigen gevoel en voldoende uitdaging te geven. Zonder deze variant zou ik het spel nooit aanraden, maar met deze variant zie ik het als een geschikt vakantie-alternatief voor standaard pandemic. |
~ Matthias, Martha & Yvette
We hebben al heel veel Roll & Writes behandeld in deze column omdat deze lekker snel zijn en vaak ook solo of via een internetverbinding te spelen zijn in deze tijd van lockdowns. Matthias moet hierbij altijd een beetje overtuigd worden, omdat hij deze spellen vaak te weinig interactie vindt hebben. Toen hij zelf dus een Roll & Write spel voorstelde voor de column was dat wel verrassend. Toen we het onderwerp van het spel zagen, werd al snel duidelijk waarom. Het gaat namelijk om Dinosaur Island: Rawr 'n Write.

Tijdens dit spel kies je om beurten één van de gerolde dobbelstenen die je vervolgens op verschillende manieren gaat gebruiken. Ten eerste krijg je wat er op de dobbelsteen staat afgebeeld als je deze kiest. Dit kan DNA zijn, maar ook bijvoorbeeld beveiliging, wegen of een attractie. Wat je kiest, teken je meteen in in jouw park en/of noteer je in jouw voorraden. Als alle spelers twee dobbelstenen gekozen heeft, krijgt iedereen de grondstoffen op de overgebleven dobbelsteen. Je moet echter ook de dreiging op de overgebleven dobbelsteen op jouw vel noteren.

Vervolgens zet iedereen om beurten hun gekozen dobbelstenen in als arbeiders op het centrale bordje. Je kunt altijd een bezette plek kiezen, maar dan krijg je ook de dreiging op de dobbelsteen die al op die plek ligt. Op deze plekken kun je bijvoorbeeld attracties bouwen of jouw verzamelde DNA omzetten in heuse dino's. De gebouwen en dinosaurus verblijven teken je vervolgens in jouw park en probeer je te verbinden met wegen om een mooie route te maken voor de rondleidingen die je later gaat geven.
Als iedereen zijn dobbelstenen geplaatst heeft, begint de volgende ronde weer met het gooien, kiezen en toewijzen van de dobbelstenen. Zodra deze tweede ronde is afgelopen, ga je je park runnen.

Bij het runnen van jouw park word je beloond voor de investeringen die je in de voorgaande twee ronden in je park hebt gedaan. Zo krijg je bijvoorbeeld geld voor je etenskraampjes en levert een ingehuurde bewaker je extra beveiliging op.
Daarna geef je een rondleiding door je park en levert elk nieuw geplaatst gebouw op jouw route extra enthousiasme op. Dit enthousiasme heb je ook al verzameld met de dinosauriers in jouw park en is essentieel voor succes. Hoe meer enthousiasme je namelijk kunt genereren bij jouw bezoekers, hoe meer extra DNA, geld en beveiliging je dit oplevert om te investeren en jouw park veilig te houden.
Volledige veiligheid is echter moeilijk te bereiken, want je moet minstens evenveel beveiliging verzameld hebben als de dreiging in jouw park. Voor elke onbeantwoorde dreiging vindt er namelijk een sterfgeval en potentieel een kleine ramp plaats in jouw park.

Na drie volledige seizoenen krijg je punten voor de verschillende dino's in jouw park, de specialisten die je ingehuurd hebt, de speciale gebouwen die je gebouwd hebt, de uitgangen die je met je rondleidingen bereikt hebt, hoeveel enthousiasme je tijdens het spel vergaart hebt en voor ongebruikt DNA. Je verliest echter ook één punt voor elk sterfgeval dat in jouw park te betreuren was (of twee punten als je het wel heel bont gemaakt hebt). Het park van de speler met de meeste punten wordt vervolgens uitgeroepen tot het beste Dinopark. Heb je verloren? Niet getreurd, want je kunt dan eenvoudig drie nieuwe specialisten en speciale gebouwen kiezen om het nog een keer te proberen.
| Yvette: Dit is de eerste Roll/Flip & Write die totaal niet voelde als zo'n type spel. Dit voelde veel meer als een normaal, groot bordspel waarbij je ook wat moet invullen op je eigen papieren. Ik vond het een wat lastiger spel, omdat er behoorlijk veel opties zijn waar je voor kunt gaan en het is niet altijd even duidelijk waar je nou goed aan doet. Ik was bijvoorbeeld heel voorzichtig om niet te veel dreiging op te bouwen, terwijl Martha zo'n beetje alles deed wat gevaarlijk was en ze ook nog keihard heeft gewonnen! Dus een voorzichtige speelstijl hoeft zeker niet de juiste te zijn. Ik denk dat ik door mijn voorzichtige speelstijl juist te weinig enthousiasme opbouwde, wat veel effect heeft op het spel en jouw mogelijkheden. Af en toe raakte ik het overzicht kwijt, bijvoorbeeld over wanneer je nou precies de dreiging moest invullen en wanneer je de zaken in mag vullen en gebruiken die je krijgt of koopt. Je hoeft niet op elkaars beurt te wachten met het spenderen van je grondstoffen, dus alles liep door elkaar en daar ben ik niet zo goed in. :) Juist omdat er veel regels zijn, maakte ik al redelijk snel een fout in mijn 'looproute' voor de rondleiding waardoor ik een uitgang blokkeerde en direct al punten misliep. Je mag namelijk namelijk in een enkele rondleiding elk gebouw maar één keer bezoeken, maar ik wilde een zijpad nemen en dan terugkeren. Helaas mag dit dus niet. Ondanks dat veel zaken me pas te laat duidelijk werden, vond ik het wel een leuk spel. Nu dat ik het iets beter in de vingers heb, zou ik het best nog wel eens willen spelen. Ik wil dan eerst zelf ook het regelboekje even goed doornemen ;-) |
| Martha: Dino's is niet bepaald een thema waar ik heel enthousiast van word en de bordspel versie van Dinosaur Island was ook niet mijn ding. Roll and Writes vind ik meestal wel leuk, dus ik was wel benieuwd hoe dit spel bij mij zou vallen. Gelukkig vond ik dit heel leuk om te spelen! Ik heb het meteen geleend om thuis nog eens te proberen en ook dat potje was erg geslaagd. Het tekenen van je park is een leuke puzzel. Aan de ene kant wil je niet te ruimbouwen omdat je alles met zo weinig mogelijk wegen moet verbinden. Aan de andere kant wil je zo snel mogelijk een pad naar de verder gelegen uitgangen wilt maken die meer punten opleveren. Tevens levert een pad je maar één keer enthousiasme op, dus je wilt eigenlijk ook verschillende routes aanleggen. Bij het kiezen van de dobbelstenen vond ik het leuk dat je niet altijd kiest voor de dobbelsteen die je meteen het meeste oplevert, maar soms ook kiest voor een dobbelsteen met veel dreiging, om deze op het centrale bord in de weg te leggen voor je tegenstanders, of juist voor iets wat je op het centrale bord graag zou willen verdubbelen. In het eerste potje had ik vrij snel het idee dat het me niet ging lukken om mijn beveiliging op peil te krijgen, dus ik ben maar gegaan voor veel grote dino's. Dit zorgde wel voor vrij veel tragische ongelukken, maar ook voor enthousiaste parkgangers... De tweede keer had ik me voorgenomen om iets voorzichtiger te spelen, wat me ook prima lukte, de eerste en tweede keer dat ik m'n park runde, had ik geen enkel slachtoffer. In de laatste ronde kon ik het toch niet laten om nog een paar grote dino's te maken, die zich dan weer niet zo goed gedroegen... Kortom: Leuk spel, dat voelt als een groter spel dan de gemiddelde roll and write. Ik zou het dan ook met plezier vaker spelen. |
| Matthias Ondanks dat ik dol ben op het dinosaurus thema van Rawr 'n Write, heb ik toch lang getwijfeld of ik dit spel wel zou aanschaffen. Ik heb namelijk al Dinosaur Island, Duelosaur Island, Dinosaur World, Dinogenics en zelfs al een andere Roll & Write met dit thema: Welcome to Dino World. Hoeveel zou dit spel dan nog daadwerkelijk toevoegen? Toen zag mijn vrouw de doos van Rawr 'n Write en leek het haar een leuk spel om mee te nemen op een tripje waarin ook een bezoek aan een natuurhistorisch museum was gepland en ging ik overstag. Ik ben erg blij dat ik dat gedaan heb, want dit spel is in één klap mijn favoriete Roll & Write geworden en houdt zichzelf ook keurig staande ten opzichte van zijn grotere broers Dinosaur Island en Dinosaur World. Dit komt deels omdat Rawr 'n Write helemaal niet alleen aanvoelt als een Roll & Write, maar ook als een bordpsel. Een groot deel van het spel is bijvoorbeeld dice-drafting in plaats van simpelweg een resultaat van jouw worp kiezen en een ander groot deel is een worker-placement element dat vaak de ruggegraat vormt van veel complexere spellen. Dit betekent echter niet dat Rawr 'n Write stiekem een complex bordspel is waarbij je vooral veel moet tekenen omdat de uitgever de helft van de spelonderdelen heeft weggelaten. Nee, de ontwerpers hebben deze elementen tot één soepel geheel weten te smeden met hele slimme vondsten. Zo vind ik het bijvoorbeeld heel leuk hoe ze ervoor gezorgd hebben dat zichtbare zijde van de gekozen dobbelstenen ook relevant is in het worker-placement deel dankzij het verdubbelaar vakje en hoe de afgebeelde dreiging een vakje deels of geheel kan blokkeren. Het resultaat is een uniek hybride spel dat nooit te complex voelt voor een Roll & Write spel of te simpel voor een bordspel. Beide elementen zijn ook perfect in balans qua aanwezigheid, waardoor je nooit wenst dat de ontwerpers één specifieke kant hadden gekozen. Dit is een zeer goede prestatie in een veld waarin Roll & Write versies van bekende spellen vaak voelen als een snelle manier om extra geld te verdienen aan de populariteit van het originele spel of het Roll & Write genre. |
| Elvia Toen ik het regelboek begon te lezen, leek het eerst alsof het ongeveer hetzelfde spel was als Dinosaur World, maar dat je hier alles moest omcirkelen en doorkruisen wat je daar met blokjes aangeeft. Ik hoopte dat Rawr 'n Write wel meer zou afwijken, want dat is niet het deel dat een Roll & Write leuk maakt. Gelukkig begon het verderop in het regelboek interessanter te worden toen werd uitgelegd hoe je het park intekent. Het spel heeft, naast de bekende onderdelen van Dinosaur World, genoeg nieuwe dingen waardoor het heel anders speelt. Ik vind het bijvoorbeeld slim gedaan dat je punten krijgt voor de exits waar je jouw rondleiding beëindigt. Ik vind het ook leuk dat de effect van het enthousiasme van het publiek cumulatief is. Alles wat je dus in vorige ronde kreeg, krijg je ook in de volgende ronde (plus nog wat meer). Dit geeft mij constant de voldoening van iets krijgen. Het grootste nadeel voor mij was dat er geen plaatje bij de Dino soorten stond die je kon maken. Je moet ze officieel aangeven met een letter, maar bij een Roll & Write vind ik altijd leuk om iets creatiefs te tekenen. Helaas ben ik niet zo thuis in de verschillende dino's en weet ik dus niet hoe ze er uitzien. Ik had het leuk gevonden als ik ergens zag hoe ze er ongeveer uitzien, zodat ik nog meer plezier kon beleven aan het tekenen van de gekke dino's. Al met al is de speelduur precies genoeg voor een spel van deze complexiteit. Het geeft het gevoel van een groter (bord)spel dat je in kortere tijd kunt spelen. Ik kijk er dan ook naar uit om het binnenkort nog een keer te doen. |