Patchwork is al tijden een favoriet spel bij ons thuis en ook de spellen uit de puzzel trilogie (Cottage Garden, Indian Summer en Spring Meadow) komen regelmatig op tafel. Altijd leuk om lekker te puzzelen en te kijken wie het slimst z'n bordje kan vullen. Toen we onlangs Second Chance binnenkregen werd mijn interesse gewekt. Eenzelfde soort puzzel, maar dan met potlood en papier en in een kwartiertje te spelen!
Prima te gebruiken als leuk tussendoortje op een warme werkdag dus, even bijkomen in een rustig momentje. Het klaarzetten is zo gebeurd. Alle spelers krijgen een blaadje met daarop een raster dat gevuld moet worden en een potlood. Nadat iedereen een eigen beginstuk van 7 vakjes heeft ingekleurd in zijn raster, kan het spel beginnen.
Elke beurt worden twee kaarten opengedraaid met daarop puzzelstukjes. Je moet vervolgens kiezen welke van de twee puzzelstukken je in je raster tekent. Als je gaat voor veel vakjes, is je blaadje sneller vol, maar misschien past dat andere stukje wel heel mooi in dat ene hoekje. Het is ook handig om in de gaten te houden welke ruimte je nog moet invullen, je valt namelijk af als je geen van beide stukken kunt plaatsen. Gelukkig heb je altijd nog je 'second chance'. Er wordt dan speciaal voor jou een nieuwe kaart gedraaid en als je dat stuk wel kunt plaatsen, blijf je gewoon meedoen. Het spel eindigt als iemand wint omdat hij zijn blaadje vol heeft. Als iedereen uitgevallen is of als er geen kaarten meer over zijn, wint degene met de minste lege vakjes.
Tijdens ons spel begonnen we allebei voortvarend met het vullen van ons raster. In het begin heb je immers alle ruimte. Omdat iedereen met een uniek beginstuk begint, maak je vrij snel andere keuzes. Na een aantal beurten werd de ruimte wat krapper en was er af en toe maar één stuk wat paste. Uiteindelijk kon ik dan ook geen van beide stukken plaatsen. Maar: second chance! Dus een nieuwe kaart gedraaid en ja hoor: hij past! Met enige opluchting -ik ging voor mijn gevoel best lekker- kon ik doorspelen. Echter, na een paar beurten was het weer raak: ik kon wederom geen van beide stukken plaatsen. Second second chance! En met een enorme dosis mazzel: het past weer! Ondertussen had Yvette pech. Ze moest een stuk plaatsen dat heel slecht paste, waardoor ze behoorlijk klem kwam te zitten, maar nog wel een paar verschillende opties had. Mijn blaadje was iets voller, maar daardoor had ik ook een heel specifiek stuk nodig. Wie van ons zou aan het langste eind trekken? Met toch wel wat adrenaline werden de kaarten omgedraaid... en ja hoor, mijn geluk was nog niet op: precies het juiste stuk! Mijn blaadje was vol en Yvette hield helaas nog 3 vakjes over.
Toen Matthias hierover hoorde, kwam hij meteen aan met Patchwork Doodle, vanwege de overeenkomsten tussen beide spellen. En die zijn er zeker. Ook bij dit spel krijgen alle spelers een blaadje met daarop een raster dat gevuld moet worden en een potlood. Tevens begint iedereen met het inkleuren van een beginstuk van 7 vakjes op zijn raster. Nu worden er echter acht kaarten met puzzelstukjes in een cirkel gelegd en tussen twee van de kaarten een pion gezet. Het spel kan beginnen!
Elke beurt wordt met een dobbelsteen gegooid en wordt de pion één, twee of drie vakjes met de klok mee verzet. De kaart waarop de pion landt, geeft het puzzelstukje aan dat iedereen op zijn blaadje moet tekenen. Na zes beurten volgt er een tussentelling, waarbij je punten krijgt voor de grootste ingekleurde rechthoek op jouw blaadje. Je kunt zien welke stukjes er mogelijk beschikbaar worden en daardoor vooruit plannen. Tevens heb je een viertal speciale acties tot je beschikking, die je extra mogelijkheden geven. Na de derde tussentelling krijgt iedereen nog minpunten voor eventuele open vakjes op zijn blaadje en daarna wordt de eindstand bepaald. Degene met de meeste punten heeft gewonnen.
Gedurende het spel werd er ook hier weer voortvarend begonnen met het vullen van de rasters, waarbij we af en toe even goed moesten kijken hoe we een zo groot mogelijke rechthoek konden vormen. Doordat er in dit spel kleurpotloden zitten, werden ook opmerkingen in de trant van 'ik wil nu graag geel hebben, waar is die?', 'blauw heb ik nog niet, oh die heb jij', of 'nee, hier is groen mooier' vaak gehoord. Tussen de artistieke uitspattingen door werd er echter heftig gepuzzeld. Door op het juiste moment een special actie in te zetten, wist ik bij de eerste tussentelling de hoogste score te halen, Yvette en Matthias gingen gelijk op en hadden een nieuw doel erbij: 'met z'n allen tegen Martha'. In de volgende ronde lukte dat niet helemaal, maar Matthias wist wel de tweede plek te bemachtigen. Op naar de laatste en beslissende ronde! Omdat aan het begin van de ronde al precies te zien is welke stukjes er zijn, werd er nu wat langer nagedacht. Wanneer moet je de speciale acties die je nog over hebt inzetten? Hoe kun je dat stuk het handigst plaatsen, zodat de andere stukken ook nog passen? Ook werd er geprobeerd de dobbelsteen te beïnvloeden door hardop het gewenste getal te roepen. Soms leek ie nog te luisteren ook! Uiteindelijk wist Yvette met een eindsprint haar blaadje helemaal te vullen en Matthias achter zich te laten. Mijn voorsprong was echter groot genoeg voor de winst. Het spel eindigde met scores van 144 - 128 - 117.
Beide spellen vond ik erg leuk om te spelen. Second Chance is iets eenvoudiger en meer tactisch, maar daardoor ook erg hilarisch met alle momenten van geluk en pech tijdens het spel. Patchwork Doodle is meer strategisch. Je kunt meer plannen, maar hebt ook wat vaker een rustig nadenkmoment. Wat je voorkeur ook is, je kunt met beide spellen met maximaal zes spelers lekker gaan puzzelen op een klein oppervlak.
~ Martha
De doos van Little Town toont een vredig tafereel. Een pittoresk bergdorpje wordt bevolkt door een vredig volkje dat huizen bouwt en vist in een meertje. Nu verwacht je misschien een plot-twist waaruit blijkt dat je in dit worker-placement spel constant andermans plannen dwarsboomt, maar eigenlijk valt dat reuze mee. Is het dan niet erg saai of interactieloos? Nee, zeker niet! De unieke combinatie van arbeiders en tegels blijkt juist een rijke bron van interactie te zijn, want je bouwt samen aan dezelfde stad en deelt de ruimte en gebouwen met de andere spelers.
In dit spel moet je elke beurt kiezen of je jouw arbeider op pad stuurt om voedsel en grondstoffen te verzamelen in de stad en de landerijen of dat je hem naar de bouwplaats stuurt om de stad uit te breiden met een nieuw gebouw. Bij de eerste optie zet je jouw arbeider op een leeg grasveldje en krijg je hout van de bomen, vis uit de meren en steen uit de bergen die om jouw arbeider heen te vinden zijn. Tevens mag deze arbeider omringende gebouwen activeren om hun speciale actie uit te voeren. Daarbij mag je ook de gebouwen van de andere spelers activeren, maar dan moet je deze spelers daar wel eerst voor betalen. Als je dus zelf gebouwen in de stad bouwt dan levert je dat direct punten op, maar je introduceert ook een nieuwe actiemogelijkheid voor alle spelers en een mogelijke bron van inkomsten voor jezelf.
De beschikbare gebouwen worden voor het spel geselecteerd en deze
zorgen er, samen met de geheime opdrachten, voor dat elk spel weer
anders verloopt. Er is een set gebouwen die speciaal bedoeld is voor
beginners, maar je kunt ook willekeurige gebouwen selecteren of een
draft houden.
| Matthias: Wat ik leuk vind aan dit spel is dat je niet één actie uitvoert als je jouw arbeider plaatst, maar de beschikking hebt over alle omliggende acties. De bouw van een enkel nieuw gebouw introduceert daarom constant nieuwe combinaties voor alle spelers, waardoor het spel veel dieper is dan dat de simpele gebouwen doen vermoeden. |
| Martha: Ik vind het altijd leuk om iets (op) te bouwen in een spel en Little Town doet dat op een originele manier doordat je met z'n allen aan het (op)bouwen bent. Elke beurt heb je weer interessante keuzes te maken. Dat ene plekje waar je precies de juiste grondstoffen kunt krijgen om de volgende beurt dat handige gebouw te bouwen lonkt... Maar je medespeler heeft ook de benodigde grondstoffen, wat als hij je te snel af is? Misschien is die andere plek waar je meteen voldoende voedsel kan verzamelen voor jouw arbeiders dan wel een betere optie. Of moet je toch nu een gebouw neerzetten, ook al is dat niet helemaal ideaal voor jou? Wellicht willen je medespelers je dan wel betalen om er gebruik van te maken, en voldoende geld is altijd handig! Met weinig regels heb je zo elke beurt interessante afwegingen te maken, waarbij je altijd eigenlijk meer wilt doen dan kan. De interactie is leuk en geeft spanning maar voelt niet gemeen of belemmerend. Ook als jouw plannetje gedwarsboomd wordt, zijn er nog voldoende andere opties. |
~ Matthias & Martha
Hoewel ik over het algemeen meer van de grote thematische spellen ben (mijn huidige favoriet is de geweldige nieuwe editie van Twilight Imperium), kan ik ook veel plezier beleven aan snelle en eenvoudig uit te leggen spelletjes. Deze zijn namelijk perfect als je demonstraties geeft aan mensen 'die niet van spelletjes houden' en hebben zodoende al veel mensen kennis laten maken met deze leuke hobby. Afgelopen weekend bewees zich dit eens te meer toen ik samen met mijn vriendin op weg was en het splinternieuwe Dice Academy meegenomen had om in de trein te proberen.
De regels van Dice Academy zijn extreem simpel. Je gooit eerst de thema dobbelstenen om te kijken waar je naar op zoek bent. Dit resulteert bijvoorbeeld in: een vogel, een land, een gerecht, een beroemdheid en iets vloeibaars. Daarna worden de letterdobbelstenen gegooid en moet iedereen zo snel mogelijk combinaties maken met de geworpen thema's en letters. Zo kun je bijvoorbeeld een O dobbelsteen met de Vogel dobbelsteen claimen door ooievaar te roepen. De enige restrictie is dat je geen paar mag maken van gelijkgekleurde dobbelstenen. Als alle mogelijke paren geclaimd zijn of niemand iets meer kan verzinnen, dan eindigt de ronde en krijgt elke speler 1 punt per paar dat hij geclaimd heeft. Je kunt zelf kiezen of je tot 10, 20 of 30 punten speelt voordat je de winnaar van het spel bepaalt.
Mijn vriendin en ik hadden daarnaast wat extra uitdagingen bedacht aangezien haar moedertaal Estisch is en we ook veel in het Engels communiceren. Kortom: we hadden de grootste lol. Dit trok de aandacht van een koppel dat naast ons in de trein zat en al snel waren we met z'n vieren aan het spelen. Omdat wij al wat meer ervaring hadden, was onze voorsprong halverwege het spel best groot, maar het koppel maakte een enorme eindsprint en wist ons op de valreep te verslaan! Ze vonden het zo leuk dat ze het ter plekke nog op onze website besteld hebben om mee te nemen op hun aanstaande vakantie en om de familie te laten zien dat spelletjes helemaal niet ingewikkeld, maar juist erg leuk en gezellig zijn.
~ Matthias
Het mooie aan werken in een spellenwinkel is, dat je makkelijk nieuwe spellen kunt uitproberen. Af en toe zelfs op het werk! Altijd gezellig om met collega's om tafel te zitten en te proberen ze te slim af te zijn. In deze column vertellen we over onze ervaringen.
Recent lag Manhattan op tafel. Een vrolijk uitziend spel met fraaie componenten. Even konden we ons architecten wanen, die in zes wijken op Manhattan de mooiste torenflats neerzetten, verspreid over negen blokken. Iedereen kreeg zijn bouwstukken en vier kaarten met daarop bouwplaatsen. Na een korte uitleg konden we van start.

Aan het begin van de ronde moet iedereen kiezen welke bouwstukken ze deze ronde gaan gebruiken. Er zijn stukken met één, twee, drie en vier verdiepingen. Het aantal verdiepingen is van belang, omdat je alleen op een torenflat mag bouwen, als je daarna minstens evenveel verdiepingen hebt als degene met tot dan toe de meeste verdiepingen. Meteen werden er verschillen zichtbaar, want waar de één juist begon met hoge blokken, begon een ander juist met alleen lage.
Om een verdieping te plaatsen, speel je een kaart waarop de bouwplaats staat afgebeeld. Daarna plaats je één van jouw eerder gekozen bouwstukken en plaats je die in een wijk op het afgebeelde blok. Tenslotte vul je je hand weer aan tot vier kaarten. Al gauw verrezen de eerste, nu nog vrij lage, gebouwen in de stad. Eerst netjes op vrije plaatsen, maar al vrij snel kwamen de eerste overnames. Waarom zou je immers zelf van de grond af gaan opbouwen, als je ook gebruik kunt maken van het werk van iemand anders...
Nadat iedereen zijn vier kaarten had gespeeld, was het tijd voor eerste puntentelling. De hoogste torenflat op het bord levert drie punten op, de meerderheid aan torenflats in een wijk twee en elke torenflat die je op het bord hebt, één. Meteen was duidelijk waarom het misschien handig is om te beginnen met bouwstukken van meer dan één verdieping, want dat leverde nu een leuke voorsprong op.
De startspeler wisselde en een volgende ronde ging van start. Uiteraard moesten een paar torenflats worden heroverd door de oorspronkelijke eigenaar. Je hecht je toch een beetje aan het gebouw dat je met veel bloed, zweet en tranen hebt weten neer te zetten. Er werd ook meer uitgebreid binnen de wijken, om zo meerderheden te kunnen veroveren en meer torenflats op het bord te hebben. Wat natuurlijk weer nieuwe mogelijkheden geeft om elkaar lekker dwars te zitten door een gebouw over te nemen. Iedereen was goed op dreef en dat bleek ook bij de puntentelling, want we kropen wat dichter naar elkaar toe.
In de volgende ronden wisselden de hogere torenflats nog vaak van eigenaar, in een poging het hoogste gebouw in handen te krijgen. Ook ontbrandde er in één wijk een strijd om de meerderheid, waarbij juist steeds meer lage gebouwen naast elkaar gebouwd werden. Het is altijd leuk als je precies de juiste kaarten hebt om dat ene gebouw over te nemen of te bouwen, waardoor je niet alleen de meerderheid van de ander afpakt, maar deze ook zelf in handen krijgt, of misschien als leuke bonus ook nog het hoogste gebouw bezit. Vooral als je de laatste bent die in die ronde nog iets mag doen...
Uiteindelijk eindigde het spel met scores van 57 - 64 - 69 na een gezellig half uur spelen.
~ Martha