We hebben al heel veel Roll & Writes behandeld in deze column omdat deze lekker snel zijn en vaak ook solo of via een internetverbinding te spelen zijn in deze tijd van lockdowns. Matthias moet hierbij altijd een beetje overtuigd worden, omdat hij deze spellen vaak te weinig interactie vindt hebben. Toen hij zelf dus een Roll & Write spel voorstelde voor de column was dat wel verrassend. Toen we het onderwerp van het spel zagen, werd al snel duidelijk waarom. Het gaat namelijk om Dinosaur Island: Rawr 'n Write.

Tijdens dit spel kies je om beurten één van de gerolde dobbelstenen die je vervolgens op verschillende manieren gaat gebruiken. Ten eerste krijg je wat er op de dobbelsteen staat afgebeeld als je deze kiest. Dit kan DNA zijn, maar ook bijvoorbeeld beveiliging, wegen of een attractie. Wat je kiest, teken je meteen in in jouw park en/of noteer je in jouw voorraden. Als alle spelers twee dobbelstenen gekozen heeft, krijgt iedereen de grondstoffen op de overgebleven dobbelsteen. Je moet echter ook de dreiging op de overgebleven dobbelsteen op jouw vel noteren.

Vervolgens zet iedereen om beurten hun gekozen dobbelstenen in als arbeiders op het centrale bordje. Je kunt altijd een bezette plek kiezen, maar dan krijg je ook de dreiging op de dobbelsteen die al op die plek ligt. Op deze plekken kun je bijvoorbeeld attracties bouwen of jouw verzamelde DNA omzetten in heuse dino's. De gebouwen en dinosaurus verblijven teken je vervolgens in jouw park en probeer je te verbinden met wegen om een mooie route te maken voor de rondleidingen die je later gaat geven.
Als iedereen zijn dobbelstenen geplaatst heeft, begint de volgende ronde weer met het gooien, kiezen en toewijzen van de dobbelstenen. Zodra deze tweede ronde is afgelopen, ga je je park runnen.

Bij het runnen van jouw park word je beloond voor de investeringen die je in de voorgaande twee ronden in je park hebt gedaan. Zo krijg je bijvoorbeeld geld voor je etenskraampjes en levert een ingehuurde bewaker je extra beveiliging op.
Daarna geef je een rondleiding door je park en levert elk nieuw geplaatst gebouw op jouw route extra enthousiasme op. Dit enthousiasme heb je ook al verzameld met de dinosauriers in jouw park en is essentieel voor succes. Hoe meer enthousiasme je namelijk kunt genereren bij jouw bezoekers, hoe meer extra DNA, geld en beveiliging je dit oplevert om te investeren en jouw park veilig te houden.
Volledige veiligheid is echter moeilijk te bereiken, want je moet minstens evenveel beveiliging verzameld hebben als de dreiging in jouw park. Voor elke onbeantwoorde dreiging vindt er namelijk een sterfgeval en potentieel een kleine ramp plaats in jouw park.

Na drie volledige seizoenen krijg je punten voor de verschillende dino's in jouw park, de specialisten die je ingehuurd hebt, de speciale gebouwen die je gebouwd hebt, de uitgangen die je met je rondleidingen bereikt hebt, hoeveel enthousiasme je tijdens het spel vergaart hebt en voor ongebruikt DNA. Je verliest echter ook één punt voor elk sterfgeval dat in jouw park te betreuren was (of twee punten als je het wel heel bont gemaakt hebt). Het park van de speler met de meeste punten wordt vervolgens uitgeroepen tot het beste Dinopark. Heb je verloren? Niet getreurd, want je kunt dan eenvoudig drie nieuwe specialisten en speciale gebouwen kiezen om het nog een keer te proberen.
| Yvette: Dit is de eerste Roll/Flip & Write die totaal niet voelde als zo'n type spel. Dit voelde veel meer als een normaal, groot bordspel waarbij je ook wat moet invullen op je eigen papieren. Ik vond het een wat lastiger spel, omdat er behoorlijk veel opties zijn waar je voor kunt gaan en het is niet altijd even duidelijk waar je nou goed aan doet. Ik was bijvoorbeeld heel voorzichtig om niet te veel dreiging op te bouwen, terwijl Martha zo'n beetje alles deed wat gevaarlijk was en ze ook nog keihard heeft gewonnen! Dus een voorzichtige speelstijl hoeft zeker niet de juiste te zijn. Ik denk dat ik door mijn voorzichtige speelstijl juist te weinig enthousiasme opbouwde, wat veel effect heeft op het spel en jouw mogelijkheden. Af en toe raakte ik het overzicht kwijt, bijvoorbeeld over wanneer je nou precies de dreiging moest invullen en wanneer je de zaken in mag vullen en gebruiken die je krijgt of koopt. Je hoeft niet op elkaars beurt te wachten met het spenderen van je grondstoffen, dus alles liep door elkaar en daar ben ik niet zo goed in. :) Juist omdat er veel regels zijn, maakte ik al redelijk snel een fout in mijn 'looproute' voor de rondleiding waardoor ik een uitgang blokkeerde en direct al punten misliep. Je mag namelijk namelijk in een enkele rondleiding elk gebouw maar één keer bezoeken, maar ik wilde een zijpad nemen en dan terugkeren. Helaas mag dit dus niet. Ondanks dat veel zaken me pas te laat duidelijk werden, vond ik het wel een leuk spel. Nu dat ik het iets beter in de vingers heb, zou ik het best nog wel eens willen spelen. Ik wil dan eerst zelf ook het regelboekje even goed doornemen ;-) |
| Martha: Dino's is niet bepaald een thema waar ik heel enthousiast van word en de bordspel versie van Dinosaur Island was ook niet mijn ding. Roll and Writes vind ik meestal wel leuk, dus ik was wel benieuwd hoe dit spel bij mij zou vallen. Gelukkig vond ik dit heel leuk om te spelen! Ik heb het meteen geleend om thuis nog eens te proberen en ook dat potje was erg geslaagd. Het tekenen van je park is een leuke puzzel. Aan de ene kant wil je niet te ruimbouwen omdat je alles met zo weinig mogelijk wegen moet verbinden. Aan de andere kant wil je zo snel mogelijk een pad naar de verder gelegen uitgangen wilt maken die meer punten opleveren. Tevens levert een pad je maar één keer enthousiasme op, dus je wilt eigenlijk ook verschillende routes aanleggen. Bij het kiezen van de dobbelstenen vond ik het leuk dat je niet altijd kiest voor de dobbelsteen die je meteen het meeste oplevert, maar soms ook kiest voor een dobbelsteen met veel dreiging, om deze op het centrale bord in de weg te leggen voor je tegenstanders, of juist voor iets wat je op het centrale bord graag zou willen verdubbelen. In het eerste potje had ik vrij snel het idee dat het me niet ging lukken om mijn beveiliging op peil te krijgen, dus ik ben maar gegaan voor veel grote dino's. Dit zorgde wel voor vrij veel tragische ongelukken, maar ook voor enthousiaste parkgangers... De tweede keer had ik me voorgenomen om iets voorzichtiger te spelen, wat me ook prima lukte, de eerste en tweede keer dat ik m'n park runde, had ik geen enkel slachtoffer. In de laatste ronde kon ik het toch niet laten om nog een paar grote dino's te maken, die zich dan weer niet zo goed gedroegen... Kortom: Leuk spel, dat voelt als een groter spel dan de gemiddelde roll and write. Ik zou het dan ook met plezier vaker spelen. |
| Matthias Ondanks dat ik dol ben op het dinosaurus thema van Rawr 'n Write, heb ik toch lang getwijfeld of ik dit spel wel zou aanschaffen. Ik heb namelijk al Dinosaur Island, Duelosaur Island, Dinosaur World, Dinogenics en zelfs al een andere Roll & Write met dit thema: Welcome to Dino World. Hoeveel zou dit spel dan nog daadwerkelijk toevoegen? Toen zag mijn vrouw de doos van Rawr 'n Write en leek het haar een leuk spel om mee te nemen op een tripje waarin ook een bezoek aan een natuurhistorisch museum was gepland en ging ik overstag. Ik ben erg blij dat ik dat gedaan heb, want dit spel is in één klap mijn favoriete Roll & Write geworden en houdt zichzelf ook keurig staande ten opzichte van zijn grotere broers Dinosaur Island en Dinosaur World. Dit komt deels omdat Rawr 'n Write helemaal niet alleen aanvoelt als een Roll & Write, maar ook als een bordpsel. Een groot deel van het spel is bijvoorbeeld dice-drafting in plaats van simpelweg een resultaat van jouw worp kiezen en een ander groot deel is een worker-placement element dat vaak de ruggegraat vormt van veel complexere spellen. Dit betekent echter niet dat Rawr 'n Write stiekem een complex bordspel is waarbij je vooral veel moet tekenen omdat de uitgever de helft van de spelonderdelen heeft weggelaten. Nee, de ontwerpers hebben deze elementen tot één soepel geheel weten te smeden met hele slimme vondsten. Zo vind ik het bijvoorbeeld heel leuk hoe ze ervoor gezorgd hebben dat zichtbare zijde van de gekozen dobbelstenen ook relevant is in het worker-placement deel dankzij het verdubbelaar vakje en hoe de afgebeelde dreiging een vakje deels of geheel kan blokkeren. Het resultaat is een uniek hybride spel dat nooit te complex voelt voor een Roll & Write spel of te simpel voor een bordspel. Beide elementen zijn ook perfect in balans qua aanwezigheid, waardoor je nooit wenst dat de ontwerpers één specifieke kant hadden gekozen. Dit is een zeer goede prestatie in een veld waarin Roll & Write versies van bekende spellen vaak voelen als een snelle manier om extra geld te verdienen aan de populariteit van het originele spel of het Roll & Write genre. |
| Elvia Toen ik het regelboek begon te lezen, leek het eerst alsof het ongeveer hetzelfde spel was als Dinosaur World, maar dat je hier alles moest omcirkelen en doorkruisen wat je daar met blokjes aangeeft. Ik hoopte dat Rawr 'n Write wel meer zou afwijken, want dat is niet het deel dat een Roll & Write leuk maakt. Gelukkig begon het verderop in het regelboek interessanter te worden toen werd uitgelegd hoe je het park intekent. Het spel heeft, naast de bekende onderdelen van Dinosaur World, genoeg nieuwe dingen waardoor het heel anders speelt. Ik vind het bijvoorbeeld slim gedaan dat je punten krijgt voor de exits waar je jouw rondleiding beëindigt. Ik vind het ook leuk dat de effect van het enthousiasme van het publiek cumulatief is. Alles wat je dus in vorige ronde kreeg, krijg je ook in de volgende ronde (plus nog wat meer). Dit geeft mij constant de voldoening van iets krijgen. Het grootste nadeel voor mij was dat er geen plaatje bij de Dino soorten stond die je kon maken. Je moet ze officieel aangeven met een letter, maar bij een Roll & Write vind ik altijd leuk om iets creatiefs te tekenen. Helaas ben ik niet zo thuis in de verschillende dino's en weet ik dus niet hoe ze er uitzien. Ik had het leuk gevonden als ik ergens zag hoe ze er ongeveer uitzien, zodat ik nog meer plezier kon beleven aan het tekenen van de gekke dino's. Al met al is de speelduur precies genoeg voor een spel van deze complexiteit. Het geeft het gevoel van een groter (bord)spel dat je in kortere tijd kunt spelen. Ik kijk er dan ook naar uit om het binnenkort nog een keer te doen. |
Polders is een nieuw flip & write spel, maar hoe onderscheidt deze zich van de vele andere spellen in het genre? Tijd om het eens uit te proberen!

Geef elke speler een polderbord en een gekleurde stift. Schudt de polderkaarten en de opdrachtkaarten. Leg twee opdrachtkaarten open. Leg het scorespoor met de scoreblokjes klaar en je kunt al beginnen.
De startspeler trekt drie polderkaarten en iedereen kiest één van de vormen op de polderkaarten om te tekenen op hun polderbord. Hierbij kies je zelf of je tuinen, akkers of molenvelden tekent, maar alle vakjes die je tekent, moeten dezelfde vulling krijgen. Je mag aan een weg of aan andere velden in jouw kleur tekenen. Alleen als je geen van de vormen kunt tekenen, moet je één vakje invullen.
Als je een gebouw opvult met het bijbehorende landschap (tuinen voor buitenplaatsen, molenvelden voor windmolens en akkers voor boerderijen), kun je punten scoren aan het eind van het spel. Je krijgt punten voor het aantal vakjes met de juiste vulling keer het aantal gebouwen met de juiste vulling in hetzelfde gebied. Dat betekent echter niet dat je gewoon zo groot mogelijke gebieden moet maken met dezelfde vulling. Als je gebied namelijk 6-10 vakjes groot is, deel je de punten door 2 en bij meer dan 10 vakjes deel je ze door 4.
Als iedereen klaar is met tekenen, geef je je polderbord naar links door. De volgende polderkaarten worden opengedraaid en iedereen tekent weer één van de vormen op het polderbord dat ze net ointvangen hebben. Na vijf keer doorgeven eindigt de ronde en worden de polderkaarten opnieuw geschud voor de volgende ronde. Aan het begin van ronde twee, drie en vier wordt een extra opdrachtkaart opengedraaid. Na vijf rondes van vijf beurten eindigt het spel en worden de punten geteld voor al jouw gebieden. Verder krijg je bonuspunten of strafpunten voor de opdrachtkaarten die dit spel gelden. Als alles opgeteld is, dan wint de speler met de meeste punten.
| Yvette: Ik vond het een leuk spel. Het lijkt me vrij lastig om een Flip/Roll 'n Write te bedenken die weer anders is dan de anderen, maar dat is bij deze goed gelukt. Ik ken geen andere Flip/Roll 'n Write waarbij je constant je spelersbordje met elkaar moet wisselen. Juist omdat dit nieuwe element er inzat, maakte het weer uniek. Het spel is in het begin vrij eenvoudig, je hebt nog alle ruimte om makkelijk de vormen van de polderkaarten op je bordje te tekenen. Op dit moment kun je direct al beginnen met elkaar te dwarsbomen, maar in dit ene potje tegen Martha heb ik dat niet veel gedaan. Zodra de bordjes voller raken, wordt het steeds lastiger om nog strategisch de vormen te plaatsen. Ik vind wat dat betreft het begin en midden van het spel het leukst, omdat je dan elkaar het makkelijkst nog dwars kan zitten, zonder dat je daarbij je eigen plannen dwarsboomt. We hebben het spel vandaag met z'n drieën gedaan, dat maakte het weer heel anders. Er veranderd per ronde meer, de bordjes worden sneller opgevuld en het duurt langer voor je aan je eigen gebiedje verder kan uitbreiden indien nodig. Er is gewoon een hoop meer om rekening mee te houden. Wel irritant dat de persoon vóór mij elke keer de goede plekjes inpikte! 1x Raden wie dat was ;-) Het spel speelt vrij vlot weg en wat ik ook wel een interessant punt vind; ieder spelersbordje heeft een andere vorm polder. Je kunt dus niet (per ongeluk) precies hetzelfde tekenen als een andere speler. Ik ken leukere Roll/Flip 'n Write spellen, dus ik weet niet zeker of ik deze weer snel zou kiezen. Maar als iemand anders zou vragen of ik mee zou doen, zal ik zeker geen nee zeggen. |
| Martha: Dit soort spelletjes vind ik eigenlijk altijd leuk, het puzzelen op hoe/waar je het beste de vormen kunt tekenen is echt iets voor mij. In Polders speel je niet op je eigen bordje, iedereen levert zijn bijdrage in alle polders. Dit zorgt ervoor dat je elke keer moet afwegen of je voor je eigen punten gaat, of probeert de ander(en) te blokkeren. Idealiter doe je natuurlijk beide! Het was even wennen om steeds het bordje door te geven, maar dit zorgde juist ook wel voor leuke dingen. Je kunt namelijk een beetje plannen, maar omdat je maar om de x beurten hetzelfde polderbordje hebt, ben je ook afhankelijk van wat de ander(en) doen. Met twee spelers vond ik dit wel goed werken, in de eerste beurten was ik aan het proberen zelf iets op te bouwen, vooral gebiedjes van vijf groot met minstens één juist gebouw, later ging ik meer voor het voorkomen van punten bij Yvette. Ik ben benieuwd hoe dit met meer dan twee spelers is, verandert er dan niet teveel voordat je weer aan de beurt bent? We hebben het ondertussen ook met z'n drieen gespeeld, wat ik ook erg goed vond werken. Je hebt wel iets minder kansen op de gebouwen die je eerder niet hebt gekozen, omdat er nu twee anderen zijn die er met de buit vandoor kunnen gaan. Eigenlijk maakt dat de keuzes alleen maar interessanter. Omdat iedereen tegelijk aan het tekenen is, blijft het een vlot spel. Ik had geel en dit was niet altijd even duidelijk, zeker niet als je per ongeluk een beetje over het getekende wreef. Yvette had rood, dit was goed zichtbaar en ook de andere kleuren lijken een stuk duidelijker toen we dat even probeerden na het spelen. In onze tweede poging hadden we ipv geel, groen en zwart gekozen. Groen werkt prima, maar waar geel iets te onzichtbaar is, is zwart zo donker dat je de gebouwen waar je overheen tekent niet goed meer kunt zien. Het spel is prima speelbaar, maar je moet bij sommige kleuren net iets beter kijken om te zien wat iemand aan het proberen is. |
| Matthias We hebben in deze column al veel verschillende Roll/Flip 'n Write spellen behandeld en het wordt steeds lastiger voor deze spellen om zich te onderscheiden van de rest. Polders probeert dit te doen door een uniek aspect van Cartographers (het doorgeven van jouw tekenblok) als centraal mechanisme te kiezen. Dat gaat zelfs zo ver dat je eigenlijk helemaal geen eigen schrijfblok hebt, maar jouw bijdrage invult op constant roulerende schrijfblokken. Dat zorgt voor een leuke extra dimensie aan het verder vrij bekende concept, want je moet constant rekening houden met wat de andere spelers kunnen doen en je wordt ook steeds geconfronteerd met wat de andere spelers inmiddels hebben gedaan. Hierdoor voelt het spel veel minder solitair dan andere Roll/Flip 'n Write spellen, maar het betekent ook dat je veel moet schakelen. Hierdoor is het lastig om overzicht te houden voor het vervullen van veel opdrachten (bijvoorbeeld het hebben van de meeste molens aan het einde van het spel. Ik was eerst bang dat het hierdoor te chaotisch zou aanvoelen, maar halverwege mijn eerste spelletje raakte ik er al aan gewend. Ik heb het eerste spelletje met twee spelers niet gespeeld, dus ik kan daar weinig over zeggen. Het spelletje met drie spelers was erg leuk, maar ik heb het idee dat het soms net iets te lang kan doorgaan waardoor je in de laatste ronden nog wat kleine puntjes aan het verzamelen bent in plaats van dat je dan juist een groter project net op tijd afrondt. Daar is op zich niets mis mee, maar ik vind het vaak net iets spannender als de puzzelstukjes in de laatste ronde precies op hun plaats vallen. Dat gezegd hebbende: Polders zou ik zeker nog vaker willen spelen om alle opdrachten verder te ontdekken. |
Onlangs kregen we de spellen uit de Mindmaze reeks binnen. Aangezien we allemaal Black Stories leuk vinden en deze spellen ons daar aan deden denken, konden we het niet laten om een paar raadsels te proberen.
Voor aanvang van het spel leg je het scorespoor klaar, kies je hoeveel rondes je wilt spelen en wie de spelleider voor de eerste ronde wordt. Vervolgens legt iedereen zijn scoresteen op het scorespoor en wordt het raadsel voorgelezen door de spelleider. Nu kan het raden beginnen!
Om de beurt stelt iedereen een vraag die door de spelleider met 'ja', 'nee' of 'niet belangrijk' beantwoord kan worden. Noem je daarbij één of meer van de sleutelwoorden die in de oplossing van het raadsel onderstreept zijn, dan krijg je voor elk sleutelwoord twee punten. Nadat er acht vragen gesteld zijn, leest de spelleider een hint voor en krijgt zelf één punt.
Denk je dat je het antwoord weet, dan mag je proberen het raadsel op te lossen, ook als je niet aan de beurt bent. Als Heb je het goed, dan krijg je het aantal punten dat op het raadsel staat aangegeven. Maar als je het fout hebt, krijg je evenveel strafpunten. Je krijgt hoe dan ook punten voor sleutelwoorden die je noemt tijdens jouw raadpoging. Je mag elk raadsel maximaal maar eenmaal proberen te raden. Als je het dan fout hebt, mag je nog wel vragen blijven stellen om zo te proberen sleutelwoorden te noemen en alsnog punten te verzamelen.
De ronde gaat door totdat het raadsel opgelost is of de spelleider de derde hint gegeven heeft. De volgende speler wordt nu spelleider en leest een nieuw raadsel voor. Als alle rondes gespeeld zijn, wint degene die de meeste punten verzameld heeft. Heb je geen zin om punten bij te houden? Dan kun je ook de volledige coöperatieve variant spelen.
| Yvette: Ik was aan het begin redelijk enthousiast over Mindmaze, omdat ik BlackStories ook leuk vind en dit lijkt er wel redelijk op. Mindmaze heeft echter veel meer structuur en je moet netjes om de beurten vragen stellen. Dit vond ik zelf eigenlijk juist irritant. Het is makkelijker, als je eenmaal op een goed spoor zit, dat je dan meerdere vragen snel achter elkaar kunt stellen. Dat is in Mindmaze dus niet het geval. Terwijl je moet wachten tot het jouw beurt is, moet je goed onthouden wat je eigen ideeën waren omtrent dit raadsel. De vraag die de andere persoon stelt kan dan helpen, of juist jouw idee verwarren. Ik vond de sleutelwoorden vaak niet echt helpen om het raadsel op te lossen. De sleutelwoorden hadden op zich wel met de oplossing te maken, maar ze hielpen niet echt met het sneller raden van de oplossing. Wel geven ze een leuk aantal punten. Juist omdat dit spel met een puntensysteem werkt, was het niet aantrekkelijk om een gok te raden, want dat kost je veel te veel punten. Het is dan meer safe om vragen te blijven stellen. De paar raadsels die we hebben gedaan, kwamen uit Mindmaze: That's Life, dit zijn raadsels gebaseerd op waargebeurde/realistische situaties. Ik denk dat ik Mindmaze: Mysterieus leuker zou vinden kwa thema. |
| Martha: In tegenstelling tot Black Stories dat ik eigenlijk alleen maar gespeeld heb zonder al te veel regels, waarbij iedereen de vragen stelt die in hem of haar opkomen, heeft Mindmaze een duidelijkere structuur. Iedereen stelt om de beurt één vraag en de spelleider moet bijhouden wanneer er acht vragen gesteld zijn, zodat er een hint gegeven kan worden. Dit zorgt ervoor dat je niet kan doorvragen op een idee dat je hebt, maar moet wachten tot je weer iets mag vragen, maar je moet nog wel opletten wat de rest vraagt, want wie weet zit er een goede hint tussen of vragen de anderen wat jij wilde weten. Hierdoor gingen we proberen de vragen slim te stellen, wat er dan ook weer voor zorgt dat het allemaal wat trager gaat. Ik vraag me ook af of het wel slim is om te raden naar de oplossing. Het is namelijk best wel lastig om het helemaal goed te hebben en je krijgt best wel veel minpunten als je er net een beetje naast zit. Dit wordt wel een beetje gecompenseerd door de sleutelwoorden, maar die kun je ook noemen in je vragen, zonder het raadsel op te lossen en dan loop je ook niet het risico dat je ernaast zit. We hebben een boel lol gehad en ik vond het leuk om te raden en om het raadsel voor te lezen. Bij een volgende keer zou ik willen proberen om iedereen een x aantal fiches te geven die ze inleveren als ze een vraag willen stellen, zodat je makkelijker kunt bijhouden wanneer er een hint moet worden gegeven en je eventueel meerdere vragen achterelkaar kunt stellen. |
| Matthias Black Stories is een spel dat ik echt heel veel gespeeld heb. Dat kan namelijk ongeveer op elk moment en met elke groep. Een competitieve (en minder bloederige) variant leek me dus zeker interessant om te proberen. Mindmaze is wat gestructureerder vanwege de puntentelling en dat zorgt ervoor dat je met z'n allen in volgorde om een tafel moet zitten, dat iedereen van begin tot eind erbij moet blijven en dat je op jouw beurt moet wachten om een vraag te stellen. Dat hoeft natuurlijk niet niet een probleem te zijn, maar maakt het spel wel minder flexibel dan Black Stories waarbij mensen bijvoorbeeld halverwege kunnen besluiten om mee te gaan doen of weg te gaan. De coöperatieve variant in de regels van Mindmaze staat dit juist wel weer toe, dus bij grotere groepen zou ik liever deze variant spelen. Toch was het ook wel leuk om te proberen om punten te scoren door vragen te stellen met de juiste sleutelwoorden en natuurlijk om te proberen als eerste het raadsel te ontrafelen. Wat Martha zegt klopt echter wel: het raden van het raadsel is wel een beetje een alles of niets actie waarbij je veel punten kunt scoren, maar er ook veel kunt verliezen. Er hangt dan ook veel af van hoe strict de spelleider om wil gaan met het goedkeuren van de sleutelwoorden en de oplossing van het raadsel. Doe je dit te strict, dan zal bijna niemand deze gok durven wagen en wordt het raadsel zeer waarschijnlijk ook nooit ontrafeld. Doe je het te losjes, dan voelt het alsof de puntentelling er niet toe doet. Ik wil, net zoals Martha, graag fiches toevoegen aan het spel om het in ieder geval makkelijker te maken om bij te houden wanneer er weer een hint gegeven moet worden. Ik zou dan elke speler een aantal fiches geven dat ervoor zorgt dat iedereen even vaak een vraag kan stellen en dat het totaal aantal vragen dan zo dicht mogelijk bij de limiet van acht vragen houdt. Of het een goed idee is om mensen de optie te geven om opeenvolgende vragen te laten stellen, is dan ook eenvoudig te testen. |
Nu dat het weer wat kouder wordt en de bladeren zijn gevallen, is een binnenhobby zoals miniaturen schilderen ideaal. Met wat inspirerende YouTube filmpjes op de achtergrond kan ik het uren uithouden.
De miniatuur schilder hobby is er eentje die ik nog niet zo heel lang beoefen, maar ik merk wel dat je er vrij snel beter in wordt. Het internet staat vol met tips & tricks hoe je jouw poppetjes er het beste uit kunt laten zien.
Omdat we sinds kort Warhammer miniaturen verkopen, mocht ik de Catachan Colonel beschilderen, zodat die mooi in de winkel kan komen te staan bij de Warhammer stellage. Dat gaf nog wat extra druk om er wel écht m'n best op te doen, maar ik ben zeer tevreden over het eindresultaat!

Ik heb met verschillende materialen van verschillende merken gewerkt. Uiteraard begint alles met de primer. Voor de Colonel heb ik de zwarte spray "Chaos Black" gebruikt van Citadel. Dit is de eerste keer dat ik een primer spuitbus heb gebruikt, hiervoor gebruikte ik de brush-on primer van The Army Painter. Het was dus even wennen en achteraf gezien denk ik dat ik beter een lichtere kleur primer kon gebruiken, zoals de Wraithbone kleur.
De spray primer is ideaal als je meerdere mini's in één keer wil primen, maar voor één enkele mini gebruik ik toch liever de brush-on primer. Je kunt dan toch een stuk beter controleren hoe dik het er op komt.
Zodra de primer droog was, kon eindelijk het schilderen beginnen. ik ben de losse onderdelen eerst gaan schilderen en pas daarna heb ik de miniatuur in elkaar gezet met Revel lijm. Op deze manier kun je gemakkelijk de hard-to-reach plekjes goed schilderen, wat toch een stuk lastiger is als er al een arm of een wapen in de weg zit.
Op het internet heb ik wat afbeeldingen en filmpjes bekeken, om te zien welke kleuren waar hoorden. Ik wilde namelijk deze miniatuur zo goed mogelijk op de afbeelding van het doosjes laten lijken.
Ik ben begonnen met de groene kleding van de Colonel, vervolgens de stukjes huid en als laatste de kleine details, zoals de riempjes, gespen, wapens en embleempjes op zijn outfit. Ik had toen nog geen Citadel verf, dus ik heb deze mini geheel met Army Painter verf en washes beschilderd.
Nu was het tijd om de base van de Colonel aan te kleden. Ik heb nog nooit eerder scenery op een base gemaakt en ook dit wilde ik goed aanpakken. Dus YouTube werd er weer bij gehaald...
Eén van de eerste tips waarvan ik heel blij dat ik het toegepast heb is; zet nooit je mini simpelweg, helemaal in het midden van je base. Als je dat doet, heb je weinig ruimte over om mee te 'spelen'. Dus ik heb de Colonel een beetje op de rand van de base gelijmd, zodat er nog genoeg ruimte was voor grit, steentjes en struiken. Ook zit er bij deze miniatuur een klein plantje en een tak, dus daar moest ik ook rekening mee houden bij het indelen van de base.
Eerst had ik de mini zelf op de base gelijmd en heb daarna de grit om de voeten van de mini heen geplakt, maar dat vond ik er toch niet zo mooi uit zien. Dus alles weer eraf gepulkt. Het uiteindelijke resultaat is dat ik de Colonel bovenop de laag grit heb gelijmd, daarna de grotere steentjes en struikjes.
Achteraf gezien ben ik echt heel erg tevreden hoe deze miniatuur er nu uit ziet. Het is super leuk om verschillende technieken en materialen uit te testen en te proberen. Bij mij is de miniaturen hype sindsdien helemaal aangewakkerd en heb ik veel te veel mini's gekocht die ik allemaal nog moet schilderen! Winter is coming, dus ik ga nog lekker even door met deze hobby.
In Roam ga je op reis door de wereld van Arzium om karakters wakker te maken en samen de anderen te wekken.

Elke speler krijgt drie startkaarten en reisstenen in zijn spelerskleur en legt deze voor zich neer. De speelkaarten worden geschud en er worden zes met de landschapszijde naar boven gelegd om het speelgebied te vormen. De artefacttegels worden geschud en er worden vier opengedraaid. De munten worden naast het speelgebied klaargelegd en iedereen krijgt een aantal munten afhankelijk van zijn plaats in de spelersvolgorde.
In jouw beurt kies je één van de beschikbare karakters die je voor je hebt liggen en leg je reisstenen op het speelgebied in het patroon van dit karakter. Hierbij mag je het patroon niet draaien of spiegelen en het hele patroon moet op het speelveld passen. Op sommige karakters staan blanco vierkanten. Deze hoeven niet binnen het speelgebied te vallen bij het plaatsen van de reisstenen en je kunt optioneel twee munten betalen om op de plek van een blanco vierkant toch een reissteen te plaatsen. Als je bij het plaatsen reisstenen van jezelf of anderen tegenkomt, plaats je op die velden geen reisstenen. Leg je een reissteen op een veld met munten, dan krijg je het afgebeelde aantal munten.
Na het plaatsen van de reisstenen geef je aan dat het karakter is gebruikt door de kaart om te draaien. Daarna kun je eventueel een artefact kopen met jouw verzamelde munten. Artefacten geven je speciale acties en voordelen die je vanaf de volgende beurt kunt gebruiken. Als je een artefact gebruikt, draai je deze daarna ook om.
Zodra alle zes velden van een speelkaart gevuld zijn aan het eind van een beurt, is het karakter onderop de speelkaart gevonden. Deze sluit zich aan bij de speler die de meeste reisstenen op de speelkaart heeft liggen. Bij een gelijke stand, bieden de gelijkspelende spelers met munten om het karakter te winnen. Een karakter dat zich bij jou aansluit, leg je naast jouw andere karakters voor je en vanaf nu kun je ook dit patroon leggen.
Liggen aan het begin van je beurt alle karakters omgedraaid voor je? Dan draai je al jouw omgedraaide karakters en artefacten terug en kun je dus weer alle beschikbare patronen maken en voordelen van artefacten inzetten. Je kunt ook eerder alles terugdraaien, maar dan moet je een munt betalen per karakter dat nog open lag.
Zodra iemand zijn zevende karakter vindt, wordt de ronde uitgespeeld en telt iedereen het aantal punten op zijn personages en artefacten op. De speler met de meeste punten is de winnaar van Roam.
| Yvette: Ik was aangenaam verrast door Roam. De tekst op de achterkant van de doos vond ik namelijk niet zo pakkend, maar het spel is echt heel leuk en zit goed in elkaar. Martha en ik houden allebei wel van "puzzelachtige" spellen en dit is er ook weer zo eentje. Ik heb het nu één keer gespeeld tegen Martha en ik ging echt als een speer! Vrij snel had ik nieuwe karakters verzameld en liet ik Martha een eindje achter mij. Ik heb minder ingezet op de artefacten en dat heeft me tijdens het spel niet in de weg gezeten. Ook als je weinig/minder artefacten hebt, kun je nog steeds winnen! Ons potje eindigde in een gelijkstand, maar helaas had Martha 2 muntstukken meer dan ik en heeft ze toch nog op het nippertje gewonnen. Roam is redelijk gemakkelijk uit te leggen en speelt vlot weg. Je kunt het puur tactisch spelen door te reageren op de veranderende situatie, maar je kunt ook wat verder vooruit plannen als je het spelletje wat vaker gedaan hebt. Hoe dan ook, je kunt je tegenstander een beetje in de weg zitten door in de weg te liggen met je reisstenen of snel een artefact voor iemands neus wegkapen. Zeker een aanrader dus! |
| Martha: Roam is een leuk puzzelspelletje. Je moet een goede balans vinden tussen snel karakters verzamelen en zorgen dat je voldoende geld hebt om artefacten te kopen. De extra mogelijkheden die de artefacten je geven zijn namelijk verdraaid handig. Doordat je steeds meer personages verzamelt, duurt het steeds langer voor je ze weer allemaal beschikbaar hebt (omdat het steeds langer duurt voor je ze allemaal gebruikt hebt). Je zult altijd zien dat het perfecte patroon staat op het karakter dat al gebruikt is... Ik heb twee potjes Roam gespeeld, beide keren met één tegenstander, wat ik erg goed vond werken. Je kunt goed rekening houden met wat de ander aan het doen is en je plannen bijsturen waar dit nodig is. Niemand kan het gevoel krijgen dat hij ten onrechte wordt dwarsgezeten, want je hebt immers maar één tegenstander om te verslaan. Doordat dat met meer spelers wel kan, denk ik dat me dat iets minder goed zou bevallen, maar dat zou de ervaring moeten leren. Nog een potje één tegen één zou ik zeker niet afslaan. |
| Matthias Puzzelspelletjes hebben vaak de neiging om nogal solitair te zijn. Zo niet Roam. In dit spel lig je elkaar voortdurend in de weg en strijd je om de meerderheid te krijgen op elk terreinkaartje. Dat alleen al zorgde ervoor dat Roam voor mij een aangename verrassing was. Vooral ook omdat de tekeningen in dit spel een nogal aangename en lieflijke wereld tonen. Ook vond ik de balans goed voelen tussen investeren in artefacten of zo snel mogelijk beschikbare karakters verzamelen. In mijn spelletje werden beide paden redelijk extreem uitgeprobeerd. De speler die eerst meer voor de artefacten ging, liep daarna duidelijk achter in de punten en het aantal karakters. Deze speler wist echter later alsnog dankzij de voordelen van de artefacten een snelle inhaalrace te maken en net op tijd de overhand te krijgen. Net zoals Martha vermoed ik dat ik Roam het leukst zal vinden met twee spelers. Ik denk namelijk dat je anders behoorlijk reactief moet spelen omdat er zoveel kan veranderen tussen jouw beurten. Aan de andere kant: het bieden bij voltooide terreinkaarten met gelijke standen zal dan wellicht juist weer interessanter zijn. Hoe dan ook, ik zal dit spel zeker graag nog vaker spelen. |
MicroMacro: Crime City heeft verschillende spellenprijzen gewonnen en onlangs is er alweer een nieuwe versie verschenen. Hoog tijd dus om dit spel eens te proberen!

In de stad zijn veel misdaden gepleegd. Op de kaart is te zien wat er allemaal gebeurd is en wie het gedaan heeft, maar je moet wel goed kijken! De kaart toont namelijk niet alleen ontzettend veel personages, maar ook dezelfde personages op verschillende tijdstippen.
Leg de kaart tussen alle spelers op een grote tafel, zodat iedereen alles goed kan zien. Kies welk scenario jullie willen spelen en pak de kaarten uit de envelop. Op de eerste kaart staat een overzicht van de misdaad en een afbeelding van het hoofdpersonage en deze wordt hardop voorgelezen. Een voorbeeld hiervan is: "Ten oosten van de markt is een persoon overleden door een vallende piano. Was dit een ongeluk of is hier meer aan de hand?" Op de voorkant van de volgende kaart staat de eerste opdracht, zoals bijvoorbeeld: "Vind het slachtoffer".
Iedereen gaat nu op de kaart op zoek naar de locatie waar het antwoord op de opdracht te vinden is. Zodra jullie denken dat je deze gevonden hebt, kijk de spelleider op de achterkant van de opdrachtkaart of het correct is. Is het niet correct? Dan mag de spelleider helaas niet meer verder helpen met zoeken en moet de rest het met een paar ogen minder stellen.
Is het wel correct, dan ga je verder met de volgende opdrachtkaart. Zodra jullie de laatste opdracht hebben opgelost, is de misdaad is opgelost. Nu kun je verder met de volgende (moeilijkere) opdracht. Wil je een extra uitdaging? Lees dan alleen de introductie en probeer de misdaad dan op te lossen zonder de tussentijdse opdrachten te volgen. Je moet dan extra goed speuren op de kaart, om de hele tijdlijn van de misdaad te vinden en op het eind alsnog alle vragen goed te beantwoorden.
| Martha: We hebben één zaak gespeeld en het was leuk om dit spel eens te proberen. Je moet heel goed kijken, maar gelukkig is er een loepje bijgeleverd om de details nog eens extra goed te kunnen inspecteren. Er gebeurt namelijk nogal veel in Crime City! We hadden vrij snel bedacht wat er volgens ons aan de hand was en waar we dus moesten zoeken, maar helaas klopte dit niet, waardoor we de dader voor het slachtoffer aanzagen. Gelukkig kwam het uiteindelijk allemaal goed en lukte het ons toch om de zaak op te lossen. De kaart is heel gedetailleerd en het was leuk om rond te kijken en te zien wat er allemaal aan de hand is in de stad. Het lijkt me dan ook tof om ook nog eens een andere misdaad op te lossen. Ook de gevorderde versie waarbij je alleen de startkaart gebruikt en de rest zelf moet uitzoeken, lijkt me interessant om eens te proberen. |
| Yvette: Ik heb MicroMacro: Crime City eerder dit jaar al eens meegenomen op vakantie en nu, een half jaar later, is het nog steeds leuk! Er is nauwelijks uitleg nodig; je legt de zoekplaat op tafel, pakt een scenario en begint te spelen. Net als Martha en Matthias vind ik het ook leuk dat het spel verschillende moeilijkheidsgradaties heeft en dat je zelf kunt kiezen hoe uitdagend je het voor jezelf wil maken. Het spel geeft aan dat je het met meerdere mensen kunt spelen (1 tot 4 spelers), maar je zit elkaar al vrij snel in de weg als iedereen diep voorover gebogen op de kaart zit te turen. Gelukkig zijn er ook scenario's die zich opsplitsen, waardoor met meer mensen spelen juist weer handig kan zijn. Sinds kort is er een nieuwe variant beschikbaar: MicroMacro: Crime City: Full House, die wil ik ook nog graag een keertje proberen. Ik ben benieuwd welke scenario's daar in zullen zitten! |
| Matthias MicroMacro is een extreem simpel spel om te leren en uit te leggen, maar we waren er om de één of andere reden toch nog niet eerder aan toegekomen. Dat is heel jammer, want ik vond het een heel leuk spel en heb meteen meerdere zaken achter elkaar gespeeld (en eentje met de collega's). Vooral de wat lastigere opdrachten vind ik leuk, omdat de nadruk dan wat meer op het denkproces ligt en minder op de reactiesnelheid. Lees: sommige andere mensen zijn zo snel, dat ik het niet goed bij kan houden. ;) Tevens vond ik het heel leuk om de hele zaak op te lossen zonder de opdrachten te volgen. Dan is het echt speurwerk. |
~ Yvette, Martha & Matthias
We kregen van White Goblin Games een demospel vooruit gestuurd voor de release van Unmatched: Gevecht der Legendes. Deze hebben we natuurlijk meteen gespeeld omdat we zelf benieuwd waren, maar ook zodat we jullie alvast hierover kunnen informeren voordat het spel beschikbaar is.

De spelers kiezen een held en krijgen daarbij het unieke deck, levensteller en eventuele sidekicks. De helden worden op het bord geplaatst, de decks worden geschud, iedereen trekt 5 kaarten van zijn deck en de levenstellers worden op de juiste getallen ingesteld voordat de strijd kan losbarsten.
In jouw beurt moet je twee acties uitvoeren en per actie kies je of je gaat verplaatsen, beramen of aanvallen. Bij het verplaatsen trek je eerst verplicht een kaart van jouw deck. Daarna verplaats je jouw held en eventuele sidekicks maximaal het aantal plaatsen dat op de overzichtskaart van jouw held staat. Je kunt het aantal stapjes eventueel verhogen door een kaart af te leggen voor de boostwaarde op die kaart. Als je voor de actie beramen kiest, dan mag je een kaart met een bliksemschicht spelen en de actie daarop uitvoeren. Hiermee kun je allerlei tactische en sfeervolle trucjes uithalen met jouw held.
Het belangrijkste is echter natuurlijk het aanvallen. Je kiest hierbij eerst jouw doelwit. Dit mag altijd een figuur naast één van jouw strijders zijn, maar strijders met afstandsaanvallen kunnen ook een doelwit kiezen dat ergens in hetzelfde gekleurde gebied staat. Na de selectie van het doelwit, kiest de aanvaller één aanvalskaart uit zijn hand en legt deze gedekt voor zich neer. De verdediger mag optioneel een verdedigingskaart kiezen en deze ook voor zich neerleggen. Daarna worden de kaarten tegelijk omgedraaid en wordt de eventuele verdedigingswaarde van de aanvalswaarde afgetrokken. Bij een positief resultaat verliest het doelwit dit aantal levenspunten en wint de aanvaller het gevecht. Elke aanvalskaart heeft echter een speciale vaardigheid die voor, tijdens of na het gevecht uitgevoerd moet worden. Deze vaardigheden kunnen van grote invloed zijn op het verloop van het gevecht en het resultaat daarvan. Tevens komen hier de sterke punten en zwakheden van jouw held het meest naar voren. De selectie van jouw aanvals- en verdedigingskaart is dus veel meer dan simpelweg het hoogste getal kiezen.
De kans is groot dat één van de helden het loodje legt voordat ze al hun kaarten getrokken hebben, maar een held zonder kaarten verliest telkens 2 levenspunten als hij of zij een kaart moet trekken. Zodra een een held sterft, heeft de andere speler gewonnen. Als je het spel met meer dan 2 spelers speelt, dan gelden de team regels en moeten beide helden van het andere team verslagen worden om het spel te winnen.
| Martha: Ik heb het spel twee keer mogen uitproberen en heb me beide keren uitstekend vermaakt. De eerste keer speelde ik met Alice tegen Koning Arthur, waarbij het nog echt een beetje aftasten was hoe dit spel precies werkt. Gelukkig zijn de regels niet ingewikkeld en was de strijd al snel in volle gang. Het was nog best lastig om te zorgen dat Alice op het juiste moment een boost had op haar aanval en verdediging, op een gegeven moment liep dat precies uit de pas met wat ik wilde doen... In het tweede potje was ik Sinbad, die het opnam tegen Medusa. Het leuke was dat het heel anders speelde, binnen dezelfde regels. Nu moest ik op reis om sterker te worden, waardoor het opeens belangrijk is om kaarten te trekken en het niet zo erg was als ik eens een kaart moest afleggen door een effect van m'n tegenstander, omdat reiskaarten in de aflegstapel juist voordelen geven. Niet alleen de helden die ik heb geprobeerd, maar ook beide andere helden lijken echt wel een eigen manier van spelen te hebben en het lijkt me dan ook leuk om de andere helden ook nog eens te proberen. Ik denk dat er nog voldoende te ontdekken valt in dit spel en mocht het ooit toch vragen om meer variatie, er zijn al meerdere nieuwe helden aangekondigd! |
| Yvette: Leuke terugkomer van de vakantie, ik mocht gelijk een gloednieuw spel uitproberen! Ik vond het een heel tof spel wat goed in elkaar zit. De acties die je elke keer mag doen en de uitleg op de speelkaarten zijn erg duidelijk, zodat het spel niet moeilijk is en vloeiend blijft lopen. Ik kan prima Engels, maar toch vond ik het stiekem wel fijn dat de teksten op de kaarten in het Nederlands zijn. Speelt toch iets makkelijker! Ik heb random een held uit de doos gepakt, maar ik kwam er al vrij snel achter dat de speelstijl die bij deze held hoort, totaal niet in mijn eigen straatje paste. Ik had Medusa uitgekozen en het is de bedoeling dat je met name je sidekicks laat vechten en Medusa zelf een beetje op de achtergrond houd. Juist ook omdat Medusa een 'ranged attack' heeft, je hoeft dus niet heel erg in het midden van het gevecht te staan. Iets wat ik zelf juist altijd wel leuk vind! Ik had dus echt eerst even beter moeten lezen hoe je het spel speelt als je Medusa kiest, want het ging zeg maar niet zo lekker... Ik ben behoorlijk hard verslagen doordat Martha mijn held had ingesloten! Maar nu weet ik hoe het beter kan... En ik denk dat daarom dit spel heel erg divers is; elke held heeft een eigen speelwijze die wel of niet bij je past. Het is juist leuk om spelenderwijs daar achter te komen en wat je uit elke held kan halen. Zeker het spelen nog een keer waard dus! |
| Matthias Unmatched: Gevecht der Legendes is een enorm gestroomlijnd spel dat de essentie van duels toch heel goed weet te vangen. Een heel belangrijk element hierbij is dat, ondanks de stroomlijning, elke held totaal anders speelt. Anders voelt het namelijk al snel als een geluksspelletje waarbij de winst grotendeels gaat naar de speler die als eerste de kaarten met hoge waardes trekt. De unieke speelwijzen van mijn held (Koning Arthur) en die van mijn tegenstander (Alice) zorgden ervoor dat ik meteen graag een andere held wilde proberen, maar ook mijn net gespeelde held graag nog een keer wilde proberen om meer te kunnen doen met de mogelijke combinaties in het deck. Dat is voor mij een groot compliment, want door mijn werk zie ik zoveel spellen dat ik de neiging heb om snel door te willen naar het volgende (nog ongespeelde) spel. Ondanks dat ik dus veel herspeelbaarheid in dit spel zie, kijk ik daarnaast enorm uit naar de volgende sets in deze reeks om nog meer combinaties uit te proberen. |
~ Yvette, Martha & Matthias
Blitzkrieg! Er is geen tijd voor een introductie, want je bent per direct gebombardeerd tot opperbevelhebber!

De spelers strijden als de asmogendheden en de geallieerden tegen elkaar in vijf strijdperken. In elk strijdperk wordt met een markeersteen bijgehouden wie er de meeste invloed heeft. Tevens worden op het scorespoor de punten van beide spelers bijgehouden.
Beide spelers nemen het zakje met hun eenheden, trekken er drie en leggen deze achter hun scherm. In jouw beurt kies je vervolgens één van de eenheden achter jouw scherm en plaatst deze in één van de strijdperken op het speelbord. Je moet de eenheid daarbij op één van de vakjes in de bovenste rij met vrije vakjes plaatsen. De bruine vakjes representeren land, de blauwe zee en je mag jouw eenheden alleen plaatsen als ze op dat landtype kunnen komen. Na het plaatsen van de tegel gaat de invloedsteen van dit strijdperk zoveel plaatsen jouw kant op als de waarde van de geplaatste eenheid. Als hierna de rij in vol is, krijgt de speler met de meeste invloed in het strijdperk het aantal punten dat achter de rij staat. Als je de invloedsteen ooit helemaal aan jouw kant weet te krijgen, dan win je direct het hele strijdperk.
Daarnaast krijg je ook de eventuele bonus op het vakje waarop je jouw eenheid plaatst. Er zijn verschillende bonussen voor het plaatsen, zoals het verschuiven van de invloedsteen op andere strijdperken, extra punten en een extra eenheid achter je scherm. Je kunt zelfs geheim en experimenteel wapentuig ontwikkelen (dat hopelijk op tijd af is om het verschil te maken) of jouw tegenstander bombarderen (waardoor de tegenstander permanent minder eenheden achter zijn scherm beschikbaar heeft). Dat laatste geval is zelfs een alternatieve manier om het spel te winnen, want een speler verliest direct wanneer hij een eenheid moet plaatsen en er geen beschikbaar heeft.
Het spel eindigt als iemand 25 punten heeft gehaald. De geallieerden winnen meteen als ze dit als eerste bereiken. Als de asmogendheden als eerste bij de 25 zijn, krijgen de geallieerden nog een laatste beurt en daarna wint degene met de meeste punten.
| Martha: Dit spel werkt erg goed. Het bepalen van welke eenheid je naar welk strijdperk stuurt voor welke bonus zorgt dat je vanaf de eerste beurt al interessante keuzes kunt maken. Er zit wat geluk in het trekken van de eenheden, maar doordat je er een paar achter je scherm hebt liggen, kun je wel een beetje vooruitdenken (als de ander tenminste niet juist die ene eenheid platbombardeerd die je nodig had voor jouw plannen). De tweede wereldoorlog is niet een thema dat me aanspreekt, sterker nog, meestal vermijd ik spellen met oorlogsthema's. In dit spel vond ik het geen probleem. Alles is behoorlijk abstract en er zijn niet echt gevechten. Je bent aan het touwtrekken om invloed en je vernietigt niets wat de ander al op het bord heeft geplaatst. Mijn focus lag in ons potje iets teveel op de gave bonussen, terwijl het spel natuurlijk gaat over het verdienen van punten. Een goede les voor een volgend spel, want ik zou dit zeker nog eens willen spelen! |
| Matthias Wat een briljant spelsysteem heeft Blitzkrieg! Het doet precies wat het zegt: de Tweede Wereldoorlog naspelen in 20 minuten. Uiteraard vereist dit een enorme abstractie van zo'n complexe strijd, maar Blitzkrieg! blijft enorm thematisch aanvoelen en je hebt echt het gevoel dat je aan het touwtrekken bent over grote gebieden en jouw aandacht erover moet verdelen. Voor mij vormen de bonussen het hart van het spel. Hier zit niet alleen het meeste van het thema, maar ook een heel belangrijk deel van de besluiten die je moet maken. Ga je bijvoorbeeld voor een mooie bonus of kies je een ander bonusloos vakje om de punten van een rij veilig te stellen? Of durf je juist een rij niet af te sluiten omdat jouw tegenstander dan de mogelijkheid krijgt om jouw nogmaals te bombarderen? Je kunt het echter ook niet oneindig uitstellen, want de Blitz eenheden stellen jouw tegenstander in staat om soms twee eenheden direct achter elkaar te plaatsen. Dat soort momenten maakt dat Blitzkrieg! aanvoelt als een spannende strijd, zelfs als je qua punten een comfortabele voorsprong hebt. |
~ Matthias & Martha
Een tijdje geleden behandelden we in deze column Tiny Epic Dinosaurs en gaf ik daarbij aan dat de vroegere Tiny Epic spellen gestroomlijnder waren qua spelonderdelen en regels. Het voorbeeld dat ik daarbij aanhaalde, was Tiny Epic Galaxies. Het leek me daarom leuk om deze ook eens te behandelen om het verschil duidelijk te maken.
In Tiny Epic Galaxies leg je contacten met planeten voor de vaardigheden van de bevolking, gebruik je hun natuurlijke grondstoffen of lijf je ze zelfs permanent in jouw rijk. Daarnaast verbeter je jouw rijk voor meer opties en bouw je nieuwe ruimteschepen om meer reizen naar planeten te kunnen maken. Jouw concurrenten proberen echter hetzelfde te bereiken en vaak ook bij dezelfde planeten. Je moet ze dus goed in gaten houden en zelfs af en toe even bij hen 'afkijken'. Klinkt complex? Dat valt reuze mee, want dit alles gebeurt in de vorm van een relatief eenvoudig dobbelspel.

In dit spel krijgt elke speler een speelmat met zijn eigen sterrenstelsel er op. Op deze mat hou je bij hoeveel 'grondstoffen' je verzameld hebt (energie en cultuur) en je houdt het niveau van jouw rijk bij (en daarbij ook hoeveel dobbelstenen je mag gooien, hoeveel schepen je tot jouw beschikking hebt en hoeveel punten je verdient hebt).

Elke ronde gooi je het aantal dobbelstenen dat jouw rijk tot zijn beschikking heeft en deze dobbelstenen zet je één voor één in om de actie uit te voeren die op de geworpen zijde van die dobbelsteen afgebeeld staat. Je mag elke beurt gratis eenmaal een willekeurig aantal dobbelstenen opnieuw gooien. Als je hierna nogmaals opnieuw wilt gooien, dan kost dat één energie per keer. Je kunt ook elke beurt eenmalig twee dobbelstenen inzetten om een derde dobbelsteen op een kant naar keuze te leggen. Ook in de beurten van de andere spelers kun je acties uitvoeren. Je kunt elke keer dat een tegenstander een dobbelsteen gebruikt deze actie volgen door een cultuurpunt te betalen.
Eén van de belangrijkste acties op de dobbelstenen is 'Move a ship'. Hiermee kun je jouw schepen van jouw sterrenstelsel of een planeet naar een andere planeet verplaatsen. Als je jouw schip verplaatst naar het oppervlak van de planeet, dan mag je de actie van de planeet eenmalig uitvoeren. Hiermee kun je bijvoorbeeld meer grondstoffen verkrijgen, schepen verplaatsen, etc. Als je jouw schip in de baan om de planeet legt, dan kun je deze planeet ter zijner tijd koloniseren en daarmee de actiemogelijkheid permanent aan jouw rijk toevoegen.

Elk planeet toont een grondstofsymbool (Energy of Culture). Als je een dobbelsteen met een Energy symbool activeert, dan krijg je een energie voor elk schip dat op, of in een baan om, een planeet staat met het Energy symbool. Hetzelfde geldt voor het activeren van Culture symbool, maar dan kijk je naar schepen bij planeten met Culture symbolen.
Elke planeet heeft ook een symbool bij de baan om de planeet staan (Diplomacy of Economy). Als je een dobbelsteen met één van deze symbolen gebruikt, dan kun je een schip een stapje vooruit zetten op een baan met hetzelfde symbool. Bereik je daarbij het einde van de baan? Dan voeg je de planeet permanent toe aan jouw rijk. Dit zorgt ervoor dat je de actiemogelijkheid op de planeet vaker kan activeren en geeft je de punten die de planeet waard is.

De laatste actiemogelijkheid is 'Utilize a colony'. Deze actie staat je toe om jouw rijk te verbeteren door energie of cultuur te betalen. Hoe verder je komt, hoe meer dobbelstenen je mag gooien in jouw beurt, hoe meer schepen je tot jouw beschikking hebt en hoe meer punten jouw rijk waard is. Elke volgende stap omhoog is echter duurder dan de vorige stap. Met de 'Utilize a colony' actie kun je in plaats daarvan ook de actiemogelijkheid van één van jouw eerder gekoloniseerde planeten activeren. Deze planeten liggen overzichtelijk op een rij onder jouw speelmat.
Zodra een speler in totaal 21 of meer punten verzameld heeft op zijn planeten en voor zijn rijk, dan wordt de ronde nog uitgespeeld. Daarna tonen de spelers de geheime opdracht die ze ontvangen hebben aan het begin van het spel en scoren ze deze bonuspunten als ze de opdracht voltooid hebben. De speler met de meeste punten, wordt de nieuwe leider van dit kleine, maar epische universum.
| Martha: Na de wat teleurstellende ervaring van Tiny Epic Dinosaurs, stond ik niet echt te springen om nog een spel uit de Tiny Epic reeks te spelen. Na wat overtuigende woorden van Matthias, zijn we toch gaan zitten voor een potje. Dit spel werkt prima en er zijn een paar slimme dingen gedaan om je een boel mogelijkheden te geven met weinig onderdelen (zonder alles tot miniscule formaten te reduceren). Het spel neemt je echt mee op ruimtereis om planeten te ontdekken en te gebruiken en je moet je rijk uitbreiden om mee te kunnen met de vooruitgang. Ik heb me prima vermaakt, maar voor mij is dit spel het net niet. Aan de ene kant is het een dobbelspel, waarbij de probeert je gegooide dobbelstenen slim in te zetten. Aan de andere kant ben je bezig om te proberen over meerdere beurten planeten te koloniseren en je rijk te verbeteren. Het eerste is heel tactisch en aan geluk onderhevig, het tweede suggereert dat je kunt plannen en slimme keuzes kunt maken voor de toekomst. Ik miste manieren om ongelukkige worpen te compenseren, waardoor het maken van plannen wat onzinnig voelde, er was niet echt een manier om ervoor te zorgen dat je het voor elkaar kon krijgen, als je gewoon niet de juiste symbolen gooide. In dobbelspellen waardeer ik het meer wanneer mijn keuzes gaan over het maximaliseren van het resultaat van mijn worp(en) in mijn beurt. Dit is extreem het geval bij bijvoorbeeld Regenwormen, maar ook spelletjes als Geven en Nemen en King of Tokyo voldoen hieraan wat mijn betreft. Je bent wel een beetje aan het plannen, maar je moet vooral het beste maken van jouw worp(en), eventueel met behulp van je kaarten. Het vergroten van mijn rijk en daarmee mijn mogelijkheden vind ik over het algemeen ook erg leuk, maar ik heb dan graag wat meer controle over welke richting die ontwikkeling heeft. In bijvoorbeeld Race for the Galaxy of Deus gebruik je kaarten om je rijk uit te breiden, maar je hebt veel mogelijkheden om nieuwe kaarten te krijgen en op zoek te gaan naar de kaarten die je nodig hebt voor je strategie. Ook kun je een kaart eigenlijk altijd wel gebruiken omdat je kosten in kaarten moet betalen. Tiny Epic Galaxies valt tussen wal en schip door dit te combineren. Door hoe het dobbelen werkt, heb ik voor mijn gevoel te weinig invloed op het verkrijgen van planeten (en dus extra mogelijkheden) en aan de andere kant vond ik die extra mogelijkheden niet genoeg helpen om meer invloed op mijn dobbelworpen te hebben. Dit gaf me het gevoel twee losse spellen tegelijk te spelen, wat ik jammer vond. |
| Matthias Zoals ik al in mijn intro schreef, is Tiny Epic Galaxies voor mij een spel dat veel meer voldoet aan het originele Tiny Epic concept. Een minimum aan componenten dat op slimme manieren gebruikt wordt, korte regels en een beperkte speelduur waarin je toch het gevoel hebt dat je meer gedaan hebt dan in andere kleine spellen van dezelfde speelduur. Eén van de slimmigheidjes in de regels is bijvoorbeeld hoeveel keuzemomenten er zitten in het verplaatsen van één ruimteschip. Je maakt daarbij eerst een keuze welk schip je stuurt (en dus welke planeet je vrij maakt voor jouw andere schepen), naar welke van de beschikbare planeten je het gekozen schip stuurt, daarna wat het schip op de gekozen planeet gaat doen (koloniseren of actie uitvoeren) en als laatste welke grondstoffen je er eventueel met volgende acties uit kan halen. Dit alles is het gevolg van één simpele zet. Een voorbeeld van slim gebruik in de componenten is dat een gekoloniseerde planeet onder jouw speelmat geschoven wordt en dat hierdoor in één blik duidelijk wordt welke acties je allemaal kunt uitvoeren met de 'Utilize a colony' actie. Deze acties zijn ook simpelweg dezelfde acties die je voor die tijd kon uitvoeren door naar die specifieke planeten te reizen toen ze nog in het midden lagen, dus de kolonisatie van een planeet heeft zijn actie permanent beschikbaar gemaakt voor jou en weggenomen voor de tegenstanders. Dit zorgt ervoor dat bij Tiny Epic Galaxies een spel is waarvoor geldt: 1+1=3. Dit betekent niet meteen dat je het gevoel hebt dat je een supercomplex ruimtespel hebt gespeeld in een korte tijd, maar het voelt ook zeker niet alsof je maar een simpel dobbelspelletje hebt gespeeld. Als je de nog kleinere Ultra Tiny Epic Galaxies versie speelt, dan zal iedereen helemaal verbaasd zijn over hoeveel spel in een klein doosje past. |
~ Matthias & Martha
Voor de grote hype van Roll & Write spellen, was Railroad Ink één van de eerste spellen in dit genre dat op grote schaal gewaardeerd werd bij de veelspelers. Op dat moment schreven we deze column nog niet, maar nu hadden we een goed excuus omdat de gele en groene versie binnenkort in het Nederlands verschijnen.

De basis van elke Railroad Ink versie is hetzelfde. Iedereen krijgt een speelbord en een viltstift waarmee op het speelbord getekend kan worden. Elke ronde worden de vier routedobbelstenen geworpen en moet iedereen de geworpen wegen en sporen op zijn spelerbordje tekenen. Hiermee probeer je voornamelijk om zoveel mogelijk uitgangen met elkaar te verbinden, maar er zijn ook punten te verdienen met jouw langste weg, jouw langste spoor en door jouw stadskern zo vol mogelijk te bouwen. Je mag ook driemaal per spel één van de optionele kruisingen, die bovenaan jouw spelerbordje staan, tekenen om meer verbindingen te maken. Je moet er echter wel steeds voor zorgen dat je straten en sporen afmaakt, want je krijgt strafpunten voor onverbonden eindes van een straat of spoor. Na zeven ronden kijk je wie dit het beste gedaan heeft en deze speler wint het spel.
Wat is dan het verschil tussen de verschillende kleuren? Allereerst bevat elke versie twee unieke uitbreidingen met speciale dobbelstenen. Deze speciale dobbelstenen rol je tegelijk met de routedobbelstenen en verplichten je om extra zaken op jouw bordje te tekenen. Zo moet je in de blauwe versie rekening houden met rivieren of leg je meren aan om verbindingen te maken met veerboten. De rode versie is extra pittig door onvoorspelbare meteorietinslagen en vulkanen die lava in jouw stad spuwen.
De gele en groene versies verschillen nog verder van de rode en blauwe versies door gebruik te maken van andere routedobbelstenen, gebouwen die bonussen geven als je ze verbindt en doelen die voor meer interactie zorgen. Daarnaast hebben deze versies ook elk twee mini-uitbreidingen die verschillen van alle andere versies. We hebben deze gele en groene versie echter nog niet kunnen proberen, omdat we de Nederlandse demo-exemplaren nog niet hebben ontvangen.
| Martha: Deze reeks is al sinds dat ze uitkwamen behoorlijk populair, wat natuurlijk nieuwsgierig maakt. Ik vond het dan ook erg leuk dat we de blauwe en rode versies een keer konden proberen. We hebben het basisspel gedaan en de uitbreidingen rivieren en lava. Alleen het basisspel is al erg leuk om te doen, het is nog best lastig om alle uitgangen met elkaar te verbinden en daarbij ook nog eens te zorgen dat je stadscentrum gezellig volgebouwd is. Met de uitbreidingen krijg je er nog een extra uitdaging bij, maar wordt het soms ook juist makkelijker om uitgangen te verbinden, omdat je in je beurt één (of zelfs twee) extra (spoor)wegen kunt tekenen. Waar de rivieren ervoor zorgde dat ik het stadscentrum een beetje vergat, zorgde de lava er juist voor dat het kinderspel was om dit vol te krijgen omdat je eerste vulkaan in het midden staat en de lava van daaruit gaat stromen. Met (vrijwel) dezelfde regels levert dat lekker veel variatie op! Ik kijk er naar uit om te ontdekken wat de nieuwe versies te bieden hebben, maar zou ook zeker de rode en blauwe versie nog eens willen spelen, bijvoorbeeld met de andere uitbreidingen! |
| Yvette: Ook ik ben enthousiast over deze Roll & Write. We hebben twee verschillende versies gespeeld, de rode en de blauwe. Ik vond de rode veel lastiger lijken dan de blauwe, maar dat kan misschien ook komen doordat er natuurlijk nét niet werd gerold wat ik nodig had. Er zijn meerdere manieren waarop je punten kan scoren, dus er is ook een hoop om rekening mee te houden. Natuurlijk lukt dit niet allemaal, dus je leert al vrij snel om enkele doelen te kiezen en die zo goed mogelijk uit te voeren. Zo had ik bijvoorbeeld de langste straat en het langste treinspoor in beide potjes echt wel goed voor elkaar! Mijn vakantie staat voor de deur en de blauwe gaat met ons mee op vakantie. Dus er zullen zeker nog een hoop potjes volgen! |
| Matthias Railroad Ink was voor mij ook één van de eerste Roll & Writes die me meer aansprak. Het basisspelletje is qua regels namelijk heel simpel, maar het puzzeltje is behoorlijk uitdagend. Vooral als je een uitbreiding toevoegt, moet je goed nadenken over jouw plaatsingen en rekening houden met de tijd die je nog over hebt voor jouw plannen. Het grootste nadeel is voor mij dat er heel weinig interactie is. Iedereen is vooral bezig met zijn eigen stad en ziet pas wat de anderen gedaan hebben als het spel helemaal afgelopen is. De groene en gele versies schijnen dit aspect aan te pakken met de doelen, dus ik kijk er naar uit om die te proberen. |
~ Yvette, Martha & Matthias